hoofdstuk 21 belevenissen op de kustvaart 1960

       

Al 9 jaar de beste

3000 fans.FB lowy Cremers udonthani.

Ze kunnen niet meer om ons heen.

 

Hoofdstuk 21 belevenissen op  de kustvaart 1960

Een bijdrage  van een onzer fans.

 

 

 

 

112

Berend moest hartelijk lachen toen we hem vertelden, dat we een goede steun aan ze hadden gehad, in
Ipswich.
Je moest eens weten , hoe vaak nu nog de dunne poep mij door de broek loopt, vertelde hij, van de week
nog, we hebben een partij slecht weer gehad op de noordzee, er schijnt iets gebeurt te zijn achter ons, het
fijne weten we er ook niet van maar we hoorden een gesprek van een viskotter, maar we konden het niet
goed volgen, we zaten te ver weg.
Wanneer zijn jullie hier dan gekomen vroeg Wim.
Gisteren antwoordde Hein de stuurman, maar ze hebben ons de hele dag laten wachten, anders waren we al
leeg geweest.
Nu gaan we hier weer hout laden voor Velsen, dat komt wel goed uit dan zijn we net voor het weekend thuis.
Het kon hun allemaal niet schelen, of het nou snel ging of niet.
Ze praten gelukkig niet meer over het geval in de Noordzee,
Astrid merkte dat Wim gespannen werd toen ze over het slechte weer begonnen, maar even later lachte hij
weer, onze gastheer was een gemakkelijke prater.
Wieteke was ook een gezellige vrouw, ze had het steeds over het op komst zijnde kindje, ze wilde morgen
met de bus naar de stad en vroeg of Astrid met haar mee ging.
Ze moest nog het één en ander kopen en vond het leuk om in het buitenland wat te winkelen.
Ik heb heel wat nodig, want ik ben plotseling aan boord gekomen.
Wim porde Astrid in haar zij, ze begreep de wenk en ging ineens op en ander onderwerp over.
Wieteke keek haar vreemd aan, maar was al weer afgeleid door een baby verhaal.
Zullen we een borrel op de goede reis nemen stelde Berend voor, de whisky fles kwam tevoorschijn, de
vrouwen namen een glas limonade, om de baby niet gelijk als een zuiper op de wereld te laten komen zei
Wieteke.
De avond vloog om, afspraken werden gedaan voor de volgende dag.
Gelukkig en tevreden liepen Wim en Astrid in de nacht naar de Gruno terug.
Het sneeuwde weer, ongewone grote vlokken daalden met doodse stilte op de aarde.
Wat is het hier mooi he, zei Astrid, iedereen zou hier gelukkig kunnen zijn.
Rillend door de overgang van de warme salon en de frisse buitenlucht kroelde ze dicht tegen Wim aan.
Ik zou je straks onder de dekens kunnen warmen opperde Wim.
Dat zou je wel willen he ouwe snoeper, als ik straks in mijn bedje lig ben ik zo weer warm.
In gedachte zag ze het voor zich, samen met Wim in één bed, ze wilde niets liever, maar ze wilde nog een
paar reizen wachten.
Smorgens na het eten kwam Wieteke naar de Gruno gelopen, ze stelde zich aan de ouwe voor en vroeg mag
ik uw kok mee naar de stad nemen?
Wij hebben een echte kok aan boord, dus ik hoef niet perse te koken ik help hem wel, maar als ik naar de
stad wil, doet hij het alleen.
Ze babbelde honderd uit, ze kwam uit een oude zeemans familie, de ouwe kende haar vader wel, ergens in
het verleden hadden ze eens een paar weken bij elkaar ingevroren gelegen.
Toen lag jij nog in de luiers herinnerde de ouwe zich, en blèren niet te weinig, pestte de ouwe haar. En nou
heb je binnenkort zelf een kleine schreeuwer grapte hij verder.
Samen met haar nieuwe vriendin stapten ze in de bus naar de stad.
De wereld was één groot sprookje, bij ons in de stad wordt het gelijk een modderzooitje babbelde Wieteke,
hier was nog niemand door de sneeuw gelopen, alleen dieren sporen verraden dat ze niet de enige bewoners
op deze wereld waren.
In de stad aan gekomen liepen ze gearmd als twee oude vriendinnen, winkel in winkel uit.

113

Astrid kocht een paar dingetjes, dat je dat niet mee hebt genomen toen je naar boord ging, vroeg Wieteke.
Ik ben gedwongen aan boord gebleven vertelde Astrid, ik moest mijn vriend verzorgen.
Voor dat pleistertje aan zijn kin, vroeg Wieteke nieuwsgierig?
Nou dat pleistertje valt wel mee, antwoordde Astrid schuchter, gisteren hadden ze het er over, maar Wim wil
er niet over praten, dus sprak hij er gauw over heen.
Dat geval in de Noordzee dat ging over ons, Wim was diegene die overboord gevallen was en gelukkig is op
gevist door een kotter, aan boord hebben ze hem behandeld en naar Lauwersoog gebracht, toen heeft de
vrouw van de eigenaar hem samen met mij in Kiel, aan boord gebracht.
In het kort vertelde ze het hele verhaal, ook dat Wim het er soms behoorlijk moeilijk mee had.
Wieteke leefde helemaal mee en had haar arm door die van Astrid gestoken, als twee jarenlange vriendinnen
wandelden ze door de besneeuwde stad.
Wieteke vertelde dat Berend vroeger ook z,on wildebras was geweest, als het zo uit kwam gooide hij nog
wel eens de remmen los, maar ze gunde het hem, er kwam als kapitein ook zo veel op hem toe, dat hij wel
eens uit de band moest springen.
Ze zou hem straks wel missen, als ze thuis was voor de bevalling, ze moest nog drie weken, eigenlijk had ze
niet meer mee willen varen, maar ze konden niet buiten elkaar.
Met een paar dagen waren ze in Holland, ze hadden een huisje in Beverwijk.
Wieteke ratelde in één stuk door, de morgen was veel te snel voorbij. Moe geslenterd stapten ze in de bus
terug naar de haven.
Het leek wel of de havenwerkers een wedstrijd deden wie er het eerste leeg was de Gruno of de Maasborg.
De Gruno zou in ieder geval voor donker weer naar zee gaan, om in Rauma te gaan laden voor Hull.
Dirk had het niet meer naar zijn zin, nog één keer naar de Oostzee en dan zou de school wel beginnen.
Misschien als het wat langer duurde, dan kon hij geeneens meer mee, dan zou het in Engeland laden en
naar Nederland worden.
Eén voordeel zat er in, als hij nog een paar dagen over zou hebben, dan bleef hij in Zaandam wachten tot de
lessen zouden beginnen.
Als hij in de bak kwam keek hij om zich heen, en dacht als ze er maar geen rotzooi van maken.
Nu lag alles op zijn plaats, Wim was op zijn manier netjes, in donker moet je alles kunnen grijpen, zei hij
altijd.

Het was nog steeds mooi weer, toen ze leeg waren, werd er maar één kleed over de luiken gedaan, weer
moest hij er aan denken, nog twee keer de luiken dicht leggen, dan staat er een ander de keggen aan te slaan.
Hij moest er ook aan denken, dat Wim bij hem aan boord zou komen, als de nieuwe schuit klaar was, dan
zou Joost met allemaal vreemde jongens varen, al deze dingen spookten door Dirk zijn hoofd, hij moest zich
geen muizenissen in zijn hoofd halen en alleen aan de dagelijkse dingen denken.
Wim werkte als een harlekijn, alles deed hij zingend en lachend, hij liep steeds een zelf gemaakt liedje te
zingen, O Astrid, Astrid als ik jou niet had dan was ik iedere dag zat en meer van die onzin.
Als Dirk en Wim samen werkten, stuurde hij steeds het gesprek in de richting van Astrid, dat deed Dirk ook
vaak aan Willy denken.

114

Hoe zou ze het maken, wat zou ze aan het doen zijn.
De agent had twee brieven aan boord gebracht, één van Willy en één van zijn ouders, maar als hij ze twee
keer had gelezen kende hij ze haast uit zijn hoofd, als het aan hem lag, kreeg hij iedere dag een brief.
Ook moest hij vaak denken als hij in Delfzijl zat, dat Willy dan om het weekend zou komen.
Samen zouden ze dan in het kleine caravanetje huizen, afgesloten van de buiten wereld.
Ze waren nu leeg, de luiken gingen er weer op, de ouwe trok eens aan de luchtfluit, om Astrid te
waarschuwen, dat ze gingen varen, ze was nog even naar de Maasborg gelopen, ze was met Wieteke in eens
goede vriendinnen geworden.
Wim vermoedde niet dat de dikke buik van Wieteke, Astrid op rare gedachten had gebracht, ze keek steeds
stiekem naar de bolle bolling onder Wieteke haar rok en wenste dat zij ook in verwachting van Wim was,
maar dat zou wel een poosje duren voor het zo ver was.

Berend stond op de brug te praten met de ouwe, wenste hem een goede reis en vervolgde, misschien varen
we samen wel door het Kielerkanaal.
Ik kom je wel voorbij hoor, ga maar aan de kant, gekscheerde hij op zijn jongensachtige manier, ik vaar de
deklast uit je gangboord.
Hij hielp Astrid aan boord, kuste haar vluchtig op haar wang en vroeg, waarom vaar je niet met ons mee, als
de baby eerder komt, dan hebben we tenminste een verpleegster aan boord.
Ze zouden vanmiddag nog beginnen te laden bij de Maasborg, de Gruno zou eerst nog eens veertien uur
moeten varen, voor ze in Rauma waren, het was best mogelijk , dat ze gelijk aan het kanaal waren.

In een dikke sneeuwbui voer de Gruno de haven uit naar haar laadplaats, uit gezwaaid door de bemanning
van de Maaasborg.
Het wacht lopen begon weer zo als gewoonlijk, de ouwe met Wim tot middernacht en na twaalf uur, Joost en
Dirk.
Astrid had de wond van Wim weer schoon gemaakt en stond met de ouwe, het kunstwerk van de
vissermannen te bekijken.
Ik denk dat je in Rauma maar eens naar de dokter moet, om de hechtingen er uit te laten halen, sprak de
ouwe, zo te zien wordt je er niet lelijker op, zei de ouwe met een ernstig gezicht.
Astrid pakte voorzichtig het gezicht van Wim in haar handen, gaf een kus op het lidteken en zei, voor mij
blijf je altijd een knappe knul, hoor.
Wim voelde zich de gelukkigste man van de wereld en trok Astrid stevig tegen zich aan en fluisterde
zachtjes in haar oor, zodat de ouwe het niet kon horen, vannacht kom ik even bij je in bed hoor.

Ze stompte Wim in zijn zij en zei, dat durf je niet eens schijterd, ze plakte een pleister op zijn wang en ging
koffie zetten voor de avond, ze ging maar eens vroeg naar bed, het uitstapje in de stad had haar slaperig
gemaakt.
Heerlijk gedoucht, ging ze nog even op bed liggend een boekje lezen, maar al spoedig vielen haar ogen
dicht, in slaap gewiegd, door de licht slingerende Gruno.
Ze werd wakker door dat Wim op zijn hurken voor het bed zat en haar haren streelde.
Is het al weer middernacht murmelde ze, ze sloeg de dekens opzij, kom je even bij me liggen vroeg ze.
Wim stapte snel in bed en sloeg zijn armen om haar heen.
Je bent koud zei Astrid, doe je handen maar onder mijn pyjama.Wim streelde zachtjes over haar blote rug,
Astrid rilde van zijn koude handen, maar duwde zich nog half slapend, stevig tegen Wim aan.Voorzichtig
liet hij zijn handen over haar lichaam op ontdekkings reis gaan.

115

Astrid genoot met volle teugen van het liefdesspel wat al duizenden mensen voor hen hadden gedaan en wat
nog ontelbare geslachten na hen zouden doen.
Wim dorst niet tot het uiterste te gaan en verliet met tegenzin na een hele tijd zijn eigen bed, om in Dirk zijn
hut op het bovenbed, nog een paar uur te slapen.
Het leek hem, of hij helemaal niet geslapen had, toen de ouwe persoonlijk hem kwam wekken, om op wacht
te gaan.
Vroeg in de morgen kwamen ze op hun laadplaats aan, gelukkig was de sneeuw niet blijven liggen, dus
konden de werklieden gelijk beginnen met laden.

Astrid was al vroeg weer in de kombuis bezig, toen Wim haar van buiten komend opeens van achteren
omarmde, ze keek hem vragend aan.
Wat is er meisje van me vroeg Wim, ben je boos, heb ik iets gedaan wat niet mocht?
Helemaal niet gekke jongen van me, ik dacht dat jij wel boos op mij zou zijn, als ik het niet had gewild dan
had ik je gelijk wel het bed uit gegooid.
Wie heb je uit bed gegooid, vroeg Dirk die de laatste woorden van Astrid had gehoord, toen hij binnen
stapte, hij begreep wel dat het gesprek niet voor hem was bedoeld, maar wilde niet dat ze dachten dat hij hun
stond af te luisteren.
Ik ben vannacht even bij haar in bed gekropen, biechtte Wim op en ik vond het heerlijk.
Hij liet Astrid los en ging op het aanrecht zitten, moet je horen Dirk begon hij, dan zal ik je eens haarfijn
uitleggen wat we hebben gedaan.
Astrid pakte een handdoek en sloeg Wim er mee om zijn oren, hou je vunzige praatjes voor je, schoffie riep
ze, anders haal ik de kapitein er even bij, dan kan die gelijk mee luisteren, kan je gelijk je koffer pakken.
Als jonge honden stonden ze in het kleine kombuisje te stoeien.
Maar ze waren door het dolle heen, moet je horen vervolgde Dirk, Wim mee trekkend naar de messroom.
Luider dan nodig begon hij, ik was eens een keer met Willy alleen aan boord. Toen heb ik haar helemaal.
Dirk was naar het dienluikje gelopen, in de messroom waar normaal het eten door werd geschoven.

Hij tilde met een ruk het luikje omhoog, net zo als ze verwachten stond Astrid voorovergebogen naast het
luikje aan de andere kant te luisteren.
De twee pestkoppen brulden het uit van de lach, zelf niets vertellen, maar alles van een ander willen weten
hé, zei Dirk. De ouwe kwam net binnen en vroeg, heb ik wat gemist?
Dat zal Astrid u wel graag willen vertellen, kap, antwoordde Wim.
Ik kijk wel uit antwoordde Astrid, als ik dat vertelde stonden jullie gelijk aan de wal.
Ach waarom zou ik het niet vertellen zei ze, de ouwe aan een arm mee naar buiten trekkend.
Godver liet Dirk zich ontvallen, hij sloop snel naar de kombuis om onder de patrijspoort omhoog te duiken
en te horen wat Astrid aan de ouwe zou vertellen.
Te laat had hij er erg in dat ze er ingetuind waren.
De ouwe en Astrid keken plotseling tegelijk om een hoek van de deur naar binnen.
Zo zelf niets vertellen, maar wel willen horen wat een ander te vertellen heeft hé, lachend keken de ouwe en
Astrid naar de gebogen ruggen, van Wim en Dirk.
Luister sprak de ouwe, ik weet wel niet waar het over gaat, maar als jullie, wijzend op Astrid en Wim, nou
eens naar de dokter gaan en gelijk de stad eens gaan verkennen, vandaag hebben jullie vrij, neem het er maar
eens van, over een paar dagen gaat Astrid weer van boord en dan heeft ze alleen maar gewerkt, dus weg
wezen.

116
Gearmd liepen ze samen naar het door de makelaar opgegeven adres waar een dokter spreekuur zou
hebben.
Zittend op de behandelstoel trachtte Wim, in zijn beste steenkoolengels de oorzaak van de wond aan de
dokter te verklaren.
Aan een tafel met allemaal enge messen, stond een assistente wat te rommelen, van achteren leek ze
sprekend op iemand die ze niet thuis konen brengen.
Ze had een lange blonde paarden staart, toen ze zich omdraaide zagen we dat ze als twee druppels water op
Willy leek, alleen had ze geen pony.
Wim zat zo stom met een open mond naar haar te kijken dat ze in perfect Engels vroeg.
Wat is er ben je bang voor mij?
We vertelden dat ze een evenbeeld van een vriendin van ons was en dat haar vriend bij ons aan boord
werkte.
Ondanks de situatie bedacht Wim al weer een streek.
Zou u vanavond niet eens even langs kunnen komen, kijken hoe Dirk er op zou reageren, vroeg hij.
Ze vond het wel een leuke grap maar helaas had ze geen tijd vertelde ze.
Met een pincet en een schaartje haalde ze de hechtingen uit de wond en bekeek ze samen met de dokter het
resultaat.
Perfect Perfect, mompelde de arts, dat hebben ze mooi gedaan dat had ik niet beter gekund.
Een kwartier later stonden ze weer op straat, nu hadden ze nog de halve dag voor zich om te winkelen.
Het was maar goed dat Wim soms eens een sigaretje smokkelde daar hadden ze nu profijt van, Finland was
nou niet een van de goedkoopste landen.
Astrid wilde graag een echte bondmuts kopen, waar hier de meeste vrouwen mee liepen.
Maar zo veel geld had Wim nou ook weer niet verdiend. Dus keerden ze met rode oren en een koude koppen
weer naar boord terug.
De ouwe liep in het gangboord en vroeg schamper, is de poen nou al op?
Astrid vertelde dat ze geld te kort hadden anders had ze een mooie muts gekocht voor deze koude, ze wreef
met haar handen langs haar rode oren.
Had je z’on ding willen hebben vroeg hij en hij wees naar een naderbij komende vrouw die een pracht stuk
op haar hoofd had.
Het bleek de makelaar te zijn die de papieren kwam brengen en gelijk de stores zou verzorgen.

De ouwe loodste haar naar de salon.
Bart had net verse koffie gezet die nog na stond te pruttelen op de kookplaat.
Astrid bracht een paar kopjes en de pot naar de uwe en zijn bezoek.
Op de tafel lag de bondmuts van de agent.
Pas hem eens vroeg de ouwe, hij pakte het pronkstuk van de tafel en vroeg mag ze even? Knikkend naar
Astrid .
Ze zette hem op haar hoofd en keek in de spiegel, koket vroeg ze, staat hij me een beetje?
Schitterend antwoordde de ouwe, ik zal wel wat met haar regelen. Een paar flessen drank doen hier
wonderen.

Ze legde de muts weer op de tafel en liet de ouwe met de makelaar alleen.
Na het eten deden ze in de messroom nog een spelletje, het was lekker warm in het hutje het halve deurtje
stond open en in het schijnsel van de kadelampen zagen ze dat het weer was gaan sneeuwen.
Ze schrokken op toen er op de patrijspoort werd geklopt, de makelaarster kwam binnen met een papieren zak
die ze aan Astrid gaf en zei, een precentje van de kapitein
Astrid opende de zak, wel vermoedend dat er een bontmuts in zat, maar toen ze hem zag slaakte ze een
gilletje van verrassing.

 

Wordt vervolgd.

 

Elke dag een hoofdstuk,geef uw mening via

lowy.cremers.senior@gmail.com

Met dank aan onze sponsors

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com

udonthanicityweblog@gmail.com