Belevenissen op een kustvaarder hoofdstuk 8 1960 deel 3 uitboek.

Udonthaniweblog.nl   de weblog voor iedereen.

3000 fans

Ze kunnen niet meer om ons heen.

 

Hoofdstuk Nr 8 van 3e boek over kustvaart 1960

Door een van onze fans.

Plotseling klaarde zijn gezicht op en bulderde hij het uit,
hij wees op zich zelf en riep I am good kapten, I sailing
straigt ahead to Belize.
De ouwe prees hem, omdat hij zich niet had laten neppen
en dat hij het zonder te vragen had opgelost.
Hij maakte hem duidelijk, dat hij later als kapitein, ook
alles alleen moest zien op te lossen, hij sloeg hem
amicaal op zijn schouder en noemde hem collega.
Als hij later weer in het stuurhuis kwam, was het eerste
wat hij deed, op het kompas kijken.
Die zouden ze niet voor een tweede keer kunnen neppen.
Dirk bracht menig uurtje met de vrouw van de kapitein in
het kombuis door.
Ze was niet alleen heel mooi, maar ze kon ook nog eens
heerlijk koken.
De bruine jongens waren blij, dat zei de scepter in het
kombuis zwaaide, omdat ze om de dag probeerde iets
voor hen te koken wat ze graag lusten.
Als ze gegeten hadden, stonden ze er op dat ze de afwas
voor haar deden.
Harry was maar een beetje aan het klooien, het bleef
mooi weer en hij was hier en daar wat aan het schilderen.
De negers kwamen er dan bij staan en vroegen verbaast
waarom hij aan het schilderen was, het was toch nog
mooi, hij kon toch beter in de zon gaan zitten.
Inmiddels hadden ze al een tiental wasmachines weer aan
het draaien gekregen.
Lachend toonde de machinist hen de machines en
koeterwaalste, dat hij rijk zou worden.
In Belize?

112

No no, in Palmas verklaarde hij lachend en maakte met
zijn handen duidelijk, hoe hoog de stapel dollars wel zou
worden.
Ze waren nu een paar dagen onderweg en konden goed
met de passagiers overweg, het waren heel vriendelijk
lui, waarvoor niets te veel was.
Ze liepen er op te loeren, of ze wat voor de vrouw van de
ouwe konden doen.
Alleen aardappelen schillen konden ze niet, ze schilden
niet, maar sneden de schil er af.
Als de vrouw er wat van zei, dan keken ze schuldbewust
en probeerden met het puntje van hun tong uit hun mond,
of ze het beter konden.
Het eten wat de vrouw samen met Maria, voor hen
maakte was ook best te pruimen.
Goed voor de warmte legde Maria uit, als ze gegeten
hadden, kregen ze het idee dat de vlammen uit hun
achterste sloegen.
Je kon nu goed merken, dat ze een stuk zuidelijker
kwamen, iedere dag werd het wat warmer.
De vrouw van de kapitein, lag `s middags, meestal in een
bikini voor het stuurhuis, op de luiken.
Als Dirk tijdens zijn wacht, in het stuurhuis was, had hij
gratis een mooi uitzicht op haar gebruinde lichaam.
Maria hing ook eens uit het raam naar haar te kijken, toen
Dirk plotseling naar binnen stapte.
Hij voelde zich betrapt, omdat hij zo zwart was, kon je
niet zien dat hij bloosde.
Hij vluchtte naar de kaartenkamer en zei, onderwijl met
zijn duim naar het plaatje op de luiken wijzend, heel
mooie vrouw, heel mooi.

113

De zevende dag begon de ouwe met de verrekijker de
horizon af te speuren.
Maria wist waar hij naar zocht en zei, nog te ver kapitein,
misschien vanavond krijgen we wat te zien.
Hij was er vast van overtuigd, dat ze recht op het eiland
af zouden stevenen.
Van de navigatie maakte je hem niet veel meer wijs,
maar zou het ook zo zijn, als ze aan moesten leggen, hij
had nog nooit met het schip gemanoeuvreerd.
De ouwe zei wel eens, varen is geen kunst maar het
aanleggen.
Ze hadden s`middags over bakboord wel een schim
gezien, dat moest Lanzarote zijn, had de ouwe verteld en
erbij gezegd, nu weten we zeker dat we dicht in de buurt
zitten.
Maria kreeg gelijk, tegen de avond dook recht vooruit,
een donkere vlek op, wat Maria zeker wist dat, dat Las
Palmas moest zijn.
Hij werd vast een beetje zenuwachtig, want hij keek
steeds vaker door de verrekijker en in de radar.
Net voor middernacht liepen ze de haven binnen.
De ouwe wilde Maria laten manoeuvreren, maar dat zag
hij niet zo zitten.
Hij trok met zijn vinger een ooglid naar beneden en zei,
eerst kijken, als we uitvaren, dan wil ik het wel proberen,
en lachte zijn hele gebit bloot.
Toen ze tussen de pieren naar binnen voeren, voelden ze
de hitte van de stad op zich toe komen.
Ze kregen een plaatsje achter in de haven, vanwaar ze zo
de stad in konden kijken, waar het ondanks het late uur
nog een levendige boel was.

114

Vanaf het voordek konden ze in een straatje kijken, waar
nog volop markt was.
Harry en Dirk gingen nog even de benen strekken en
zaten in de korst mogelijke tijd op een terrasje, een potje
bier te drinken.
Toeristen slenterden op hun gemak door de stad. Dirk zat
te genieten van al het moois wat aan hen voorbij trok.
Tussen al dat volk zagen ze de kapitein met zijn vrouw
hun richting uit komen.
Bij hun tafeltje gekomen beleven ze staan en vroeg hij of
ze een biertje weg gaven.
Nou dat kon altijd natuurlijk, ze hadden lang genoeg een
slingerend dek onder hun voeten gehad en het was goed
vertoeven op het terrasje.
In hun hut was het niet te harden van de hitte, op zee ging
het nog wel, maar tegen de kade was het om te smoren.
Dirk had met Harry een paar hangmatten op het
sloependek gespannen dat was in ieder geval een stuk
beter als beneden dek`s.
Dirk lag een beetje te doezelen, toen hij plotseling
sluipende voetstappen hoorde, voorzichtig tilde hij zijn
hoofd een beetje op en zag een duister figuur aan de
stuurhutdeur morrelen.
Hij schudde aan Harry`s schouder, die sliep zeker ook
nog niet want hij liet een been langzaam naast de
hangmat op het dek zakken.
Ze hingen voor de inbreker, een beetje uit het zicht,
achter de schoorsteen waar aan de reling zijde de sloep
stond, ze wisten dat daar een paar bezems in lagen.
Heel voorzichtig stapten ze uit de hangmat, stel je voor
als er een van hen nu uit de hangmat viel, zou de inbreker
door het lawaai gelijk op de vlucht slaan.

115

Ze pakten elk een bezem uit de sloep en slopen op de
gebogen rug van de inbreker af.
Harry had wel eens verteld, dat de eerste klap een daalder
waard was bij een gevecht, hij haalde dan ook flink uit
toen ze dicht genoeg genaderd waren.
Met een luide krak en nog luidere gil sloeg hij zijn
bezemsteel kapot op de rug van de boef.
Voor ze hem konden overmeesteren klom de schobbejak
op de brugleuning en dook over boord.
Omdat het donker was aan de buitenkant van het schip
konden ze hem niet zien, maar wel horen.
In plaats dat hij naar achteren zwom, hoorden ze hem
naar voren plonzen.
Natuurlijk was de boef ook niet stom en trachtte hij in de
duisternis van het voorschip via een trap aan de wal te
komen.
Harry rende naar voren trok de bak open en pakte een
verfbus waarvan hij wist dat er alleen vellen en restjes
van andere verfpotten in zaten, die ze op een keer wilden
dumpen.
Hij sprong aan de wal en sloop naar de stangen die boven
de kade uitstaken en er op duiden dat daar de trap was.
Hij had goed gegokt en hoefde dan ook niet lang te
wachten toen het hoofd van de snoodaard boven de kade
uit kwam.
Dat hij het niet leuk vond toen Harry de emmer boven
zijn hoofd omkieperde konden ze horen aan het gevloek
dat van onderaan de trap kwam.
Lachend bleven ze staan wachten, tot de onfortuinlijke
inbreker op de kade klom.

116

In het beetje licht dat er was, zagen ze dat de grijze en
zwarte verf en vellen over zijn haren en schouders naar
beneden droop.
Ze waren met z`n tweeën dus hoefden ze niet bang te
zijn, voor het zo te zien miezerige zwervertje, dat nu
scheldend van hen weg liep.
Zo Dirk, die heeft zijn straf wel gehad, hij zal het wel
niet meer wagen om aan boord te komen.
Ze keken nog even naar het slot, liepen nog een rondje,
voelde of alle deuren gesloten waren en kropen weer in
hun hangmat.
Amper geslapen werden ze al vroeg gewekt door geloop
en gepraat aan de andere kant van de schoorsteen.
Vermoedend dat het weer inbrekers konden zijn, greep
Dirk zijn bezen en liep om de pijp heen.
Maria en zijn kornuiten waren druk in de weer met een
paar mannen, die op een gemotoriseerde driewieler zaten.
Het duurde niet lang toen Maria de luiken open liet
leggen en ze in het ruim verdwenen.
De zaken schenen zeker goed te gaan, want even later
gooiden ze nog meer luiken open en begonnen ze een
laadboom op te tuigen.
Drie maal moeste de kerels met hun driewieler rijden om
de gemaakte wasmachines van boord te halen.
En al die tijd was er geen douane ambtenaar te zien.
Toen de laatste lading vertrokken was, stapte Maria met
een gewoon plastic supermarkt tasje bij zich in de
messroom, die hij boven de tafel uitschudde en uitdeelde
aan zijn maten.
Hij stoorde er zich niet aan dat Dirk en Harry zaten te
eten.

117

Toen er niet meer te delen viel, gaven ze ieder, tien dollar
aan Maria en staken de rest in hun zakken.
Maria glimlachte over zijn hele gezicht en zei dat hij nu
rijk was.
De ouwe was in gesprek met een kerel aan de wal, waar
even later Maria bij kwam staan, het gesprek overnam en
druk in een vreemde taal begon te ratelen.
Hij stak zijn duim omhoog tegen de ouwe en liep met de
vreemdeling weg, om even later terug te komen, gezeten
op een tankauto waar een bedrijvig kereltje uit sprong en
een slang naar de “Sprinter” uitrolde.
Potverdorie, die Maria had meer in zijn mars als ze
dachten.
Hij scheen hier zo zijn contacten te hebben.
Handelaren kwamen inmiddels als vliegen op de schuit af
en probeerden schreeuwend en gesticulerend hun
groenten en fruit aan de man te brengen.
Maria keurde de waren en stuurden er zo al een paar weg,
die op hun beurt luid vloekend op een afstandje bleven
staan kijken, hoe hun maten wel zaken deden.
De tank auto kwam voor een tweede keer aangereden en
Dirk wilde de slang al weer in de vuldop steken.
Maar Maria kwam aangerend met een glazen maatbeker
uit het kombuis, die al die tijd op een meerpaal had
gestaan, tapte een beker uit de voorraad en bekeek de
inhoud tegen het zonlicht.
De chauffeur gesticuleerde verontwaardigt, Maria moest
niet denken dat hij de zaak zou belazeren.
Maar Maria stoorde zich er niet aan, rook eens aan de
beker, keek nog eens naar de inhoud en knikte eindelijk,
dat hij er genoegen mee nam.

118

Als een duivel begon de chauffeur de inhoud in de tanks
te pompen.
Hun voorraad in het ruim hadden ze nog niet aan hoeven
te spreken.
Maria maakte duidelijk dat ze vandaag wel de wal op
konden gaan, want er zou nog lading gebracht worden,
die mee moest naar de andere kant, maar het zou nog
even duren voor die kwam.
Gekleed in een korte broek en een shirtje gingen Harry
en Dirk de wal op om de stad te verkennen.
Ze vonden het prima dat ze nog even de wal op konden
voor ze aan de volgende vierduizend mijl begonnen.
Als het goed ging dan zouden ze de eerste achttien dagen
geen land meer zien.
Dirk kocht nog wat souveniertjes voor zijn moeder en
zusje, maar wilde eigenlijk wel terug naar boord, het was
maar niks in de warme stinkende stad.
Hij had zich er heel wat van voor gesteld, maar het was
zoals in iedere havenstad, allemaal hetzelfde.
Vissende mannen en kinderen op de kade, met primitief
visgerij, een vissnoertje opgerold op een leeg colablikje.
Daarentegen stonk het als de pest en lag overal huisvuil,
op open plaatsen achter de huizen in de achteraf straatjes.
Nee van hem mochten ze zo snel mogelijk naar zee
vertrekken.
Daar kwam nog bij, dat je gek werd van de handelaars
met hun kameeltjes en trommeltjes.

119

Toen ze bij hun schip kwamen, zagen ze dat de
laadbomen aan het draaien waren.
Zouden ze nu nog aan het lossen zijn? Maar alles was er
toch uit?
Dichterbij gekomen, zagen ze, dat ze niet aan het lossen
waren, maar aan het laden.
Een bundel pakken werd net van een vrachtwagen af
geladen en verdween in het ruim.
Toen ze de gangway opliepen zagen ze net een laatste
hijs in het ruim zakken.
Maar wat stonk het vreemd, zou dat van de lading komen
?
Nieuwsgierig keek Dirk over het luikhoofd in het ruim.
Een zurige reuk kwam hem tegemoet en zwermen
vliegen vlogen door het ruim.
Onder in het ruim, zag hij enkele stapels koeienhuiden
opgestapeld liggen.
Wat zit er in Dirk, riep Harry?
Lege koeien antwoordde hij, wat zouden ze daar nou mee
moeten.
De ouwe hing over de brug en keek kwaad naar de
bedrijvigheid op de kade, waar net weer een volgende
wagen aankwam.
Dirk liep naar boven en ging naast de ouwe over de brug
hangen.
Lekkere lading, kapitein.
De ouwe vloekte en antwoordde, weer een handeltje van
Maria, hij heeft die rommel gekocht en kreeg de vliegen
er gegarandeerd gratis bij.
Waar die grappenmaker zo gauw lading vandaan haalt
,is mij een raadsel, hij doet het goed, dat moet ik wel
toegeven, maar wij zijn mooi klaar met die zwijnenzooi.

120

Na nog een paar vrachten huiden geladen te hebben,
gooiden de negers de luiken dicht en deden de kleden er
over.,
Als ze nou dachten dat de stank over was, nou dan
hadden ze het mis, door de luchtkokers kwam de geur
naar buiten en vlogen de vliegen in en uit.
Tegen de avond kwam Maria vragen of ze nog wat nodig
hadden, want van hem konden ze vertrekken.
Hij wachtte nog op een vriend, die wat vers fruit zou
brengen, lachte hij.
Die vriend kwam inmiddels, duwend achter een
handwagen aangerend, nou een handwagen, het was niet
meer als een frame, met fietswielen met een paar planken
er op gespijkerd.
Glimlachend, iedereen scheen hier te lachen, begon hij de
meloenen, sinaasappelen en ander onbekende vruchten,
van de kar door de openingen in de verschansing,
voorzichtig op het dek te stapelen.
De negers en Dirk stuwden het voorlopig maar in de
messroom, als ze dat allemaal op moesten eten moesten
ze wel opschieten, anders zou de handel verrot zijn voor
ze aan de laatste appel toe waren.
Eindelijk kwam er een kerel met een hoofddoek om zijn
kop gewonden, wat de makelaar van Maria moest wezen,
met ladingpapieren en een paar brieven waaronder ook
ééntje uit Zweden.
Dirk had zijn tijdens de reis geschreven brieven, al op de
bus gedaan, een uur nadat ze binnen gelopen waren.
Hij had helemaal niet verwacht dat er nog post voor hem
zou zijn.

121

Het verklaarde veel, toen hij de strempels zag, omdat ze
via het kantoor in Delfzijl waren verstuurd.
Hij stopte de brieven voorlopig in zijn zak en ging naar
dek, om de overbodige trossen vast los te gooien.
De agent stapte van boord en reed op zijn brommertje,
wat ze thuis allang op de schroothoop hadden gegooid,
met een sliert rook achter zich aan naar de stad. Net of
het er nog niet hard genoeg stonk.
Maria klom op de brug en wilde nu de “Sprinter” met alle
geweld, van de kade naar zee varen.
Hij stond er wel op dat de ouwe bij hem bleef om in te
grijpen, als het verkeerd dreigde te gaan.
Maria haalde iets uit zijn zak wat hij even bestudeerde.
De ouwe was benieuwd wat hij steeds in zijn hand had.
Maria gedroeg zich als een echte kapitein. Hij liep van
binnen naar buiten, draaide aan het stuurrad, draaide
achteruit en vooruit, misschien wat overdreven veel,
maar ze kwamen mooi vrij van de kade, dreven
vervolgens royaal vrij van een voor hen liggende coaster
en voeren tussen de pieren door naar open zee.
Hij glunderde over zijn hele gezicht, toen hij
overschakelde op de autopiloot.
Vervolgens liep hij naar de kaarten kamer, om de koers te
berekenen, om aan de overkant te komen.
Terug in de stuurhut stelde hij de piloot nog een paar
graden bij, maakte duidelijk dat ze de eerste tien
dagen,geen koers hoefde te wijzigen.
De ouwe kon zijn nieuwsgierigheid niet langer
bedwingen en vroeg waar hij nou steeds naar had
gekeken.

122

Hij graaide in zijn zak, opende zijn hand en toonde een
fraaie icoon van
st Nicolaas, de beschermheilige voor zeevarenden.
Ik vroeg hem steeds of ik het goed deed, vertelde hij en
Nicolaas knikte steeds, dus deed ik het goed.
Voor het eerst lachte hij er niet bij, dus moest hij er heilig
in geloven, dat het icoontje hem had geholpen.
Tien dagen voeren ze, voor ze voor het eerst iets
bijzonders beleefden.
Al een tijdje hadden ze een stip op de radar gezien die
ongeveer de zelfde koers hield.
Met verrekijkers zochten ze aan de horizon, wie de
geheimzinnige meeligger kon zijn.
Eindelijk zagen ze dat het een zeilboot was en niet eens
z`on grote.
Omdat er haast geen wind stond, haalden ze hem snel in
en konden ze hem soms met het blote oog zien, als hij
toevallig op een golftop zat.
Blij dat ze eens iemand zagen, koersten ze er recht op af.
Ook de zeiler had hem gezien en streek zijn zeilen, ten
teken dat hij wat van hen wilde.
Toen ze nog een mijl bij hem vandaan waren, stopten ze
af en lieten de “Sprinter” uitdrijven.
De golven waren zo sloom en lang, dat de zeiler met
behulp van zijn motortje bij hen opzij tufte.
Voor ze hem konden beschreeuwen, lazen ze op de
achterspiegel dat Scheveningen zijn thuishaven was.
De bemanning op het jachtje bestond, uit een man en een
vrouw, als negers zo bruin gebrand door de zon.

123

Ze hadden het best naar hun zin, alleen hun radio was
kapot en als het mogelijk was, wilden ze graag hun
drinkwater bij vullen.
Met een werplijntje trokken ze hem langzij, maar dat viel
tegen.
Het hulkje danste vervaarlijk naast hen op en neer.
Ze maakten ondertussen een praatje over de
weersverwachting en vroegen of ze nog wat nodig
hadden.
Toen ze met veel kunst en vliegwerk voldoende water
hadden overgegeven, gaf de ouwe ze nog een paar
sloffen sigaretten, waar ze erg blij mee waren.
Maar nog blijer waren ze met het fruit, die Maria in een
mand aan een touwtje over hevelde.
Langer het scheepje langzij te houden, was onverstandig
dus moesten ze de lijn losgooien en dreven ze langzaam
uit elkaar.
Terwijl de man het grootzijl omhoog draaide, pelde de
vrouw al een sinasappel.
De vrouw van de ouwe vond het maar eng, dat ze met
zo`n klein zeiljachtje de oceaan overstaken, zelf zou ze
het voor geen geld nadoen.
Nog lang zagen ze de avonturiers dapper achter hen aan
komen.
Toen het ‘s morgens dag werd waren ze zo`n eind van
hen vandaan dat hij zelfs van de radar was verdwenen.
Het wonderlijke van de oversteek was dat ze heel de reis
nog geen slecht weer hadden gehad.
Steeds een matige tot zwakke wind, schuin van achteren,
aangenaam slingerend op de slome deining,draaide de
schroef de ene mijl na de andere weg.

124

In dit gedeelte van de Oceaan voeren maar zelden
schepen, om dat het buiten de scheepvaartroute lag,
daarom liepen Dirk en Maria de meeste tijd maar wat
doelloos door het stuurhuis.
Plotseling werden ze op geschrikt doordat de motor ging
haperen en vervolgens stil viel.
Maria keek verwonderd en vroeg angstig, motor kapot?
Voor Dirk kon antwoordden stormde Bill, die als
machinist fungeerde, in zijn onderbroek, het stuurhuis
binnen.
Een kort gesprek in hun eigen taal maakt hem duidelijk
dat ze niet aan de regulateur hadden gezeten en dat er dus
wat met de motor aan de hand moest zijn.
Het was doodstil op het schip, alleen het ruisen van de
boeggolf hoorden, maar dat werd ook steeds minder.
De ouwe kwam grijnzend op de brug en vroeg, we
moeten toch niet verder roeien hé.
Het klonk niet erg bezorgd en hij ging verder met, het zal
de brandstof wel wezen. Eens komt er een eind aan een
tank en als je die niet tijdig genoeg bijvult, zou je dit
probleem wel eens kunnen krijgen.
Hij liep naar de stuurstand zette de piloot op hand, wierp
een blik in de radar en zei, ik kan in bed ook wel horen
als hij weer start, welterusten, en verdween naar beneden.
Dirk stond versteld van zijn gemakzucht, de ouwe moest
wel heel zeker van zijn zaak zijn.
Dat Bill de zaak wel zou klaren daar rekende hij zeker
ook op.
Hij liep met Maria achter zich aan naar de
machinekamer.
Vanaf het bordes boven aan de trap zagen ze Bill naast de
motor staan.

125

Hij keek en tikte op de meters, maar die stonden
natuurlijk allemaal op nul.
Hij wilde net de tornstang pakken om te testen of de kar
vast was gelopen.
Toen Dirk in het Hollands tegen hem zei, wacht eens
even maatje en liep naar de filter die hij vaker door Gijs
schoon had zien maken, als ze weer eens een heftige
slingerreis achter de rug hadden.
Net zo als de ouwe al vermoede, kwam er maar een zielig
drupje uit het aftapkraantje.
Ze hadden dan wel de extra dieselolie aan boord, maar
Bill had gewoon vergeten de toevoerkraan over te zetten
en nu hun eigen voorraad op was , was de motor stil
gevallen.
Blij dat het maar zo’n kleinigheid was, hielp hij Bill
gewapend met een zaklantaarn tussen de stinkende
huiden in het ruim met zoeken naar de kranen, om ze in
de juiste stand te zetten.
Dat ze nu goed stonden, merkten ze toen ze terug in de
machinekamer kwamen, de filter was vanzelf volgelopen
en doordat er nog al wat druk op stond spoot de gasolie
over de vloerplaten.
Nu hij wist dat er niets stuk was, danste Bill enthousiast
in het rond, zijn armen dropen van de olie toen hij de
luchtkraan opende.
Even draaide de motor nog onregelmatig omdat er nog
lucht in de leidingen zat, maar toen liep hij weer als of er
niets was gebeurd.
Maria die stond te kijken wat ze deden, haalde het
icoontje uit zijn zak, drukte het tegen zijn lippen .

Wordt vervolgd , elke dag een nieuwhoofdstuk.

met dank aan de sponsors

 

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com

ludovicuswcremers80@gmail.com