hoofdstuk 15 belevenissen op een kustvaarder.

 

       

Al 9 jaar de beste

3000 fans.FB lowy Cremers udonthani.

Ze kunnen niet meer om ons heen.

 

Hoofdstuk 15  de kustvaart 1960

Een bijdrage  van een onzer fans.

 

Wat doe jij hier nou al zo vroeg aan boord vroeg ik hem.

86
Ik help Bart even met de hulpmotor verversen, antwoordde hij en keek me met een paar zwarte vegen op
zijn gezicht aan. Hij zat op zijn knieën in een veel te groot overal, naast de hulpmotor met zijn handen in het
carter.
Heb je al gegeten vroeg ik hem, nee maar als deze kar weer draait dan kom ik even boven glunderde hij. Bart
stond er naast te kijken en knipoogde naar me, we gaan hem straks nog even wat beter afstellen, daar kan
Steef me mooi bij helpen, dan willen we de ankermotor ook even onderhanden nemen dus we hebben werk
zat lachte hij.
Wim zat aan de messtafel een bakkie thee te drinken en keek dromerig voor zich uit, de eieren was hij zeker
vergeten want die knetterden de pan uit rookwolken trokken door de kombuis.
Waar ben je met je gedachten lummel, vroeg ik moet je kijken de kombuis staat vol rook je zal Leny straks
eens horen.
Dirk moet je horen ik ben gisteren met Astrid mee geweest. Ja dat weet ik en hou je vunzige details maar
voor je.
Niks vunzig antwoordde Wim wat is dat dingetje lief zeg, lekker zoenen er kwam maar geen eind aan. Tot
haar vader kwam vragen of ze nog binnen kwam, anders deed hij de deur op slot, als het aan mij had
gelegen, had ik er nu nog gestaan.
Ik denk dat ik vraag of ze mijn meisje wil worden.
Zou je dat nou wel doen antwoordde ik, doe eerst eens een reisje en dan kan je altijd nog zien of het wat
wordt.
Woedend stoof hij overeind, jij hebt makkelijk lullen brieste hij, een lekkere meid een vader en moeder en je
kostje is gekocht. Lekkere vriend ben jij zeg brulde hij verder.
Ik schrok er van, de altijd zo vrolijke Wim was nu ineens een tegenstander geworden, hij had het wel te
pakken.
Gelukkig kwam Leny en de ouwe in de messroom, wat is er aan de hand boys vroeg de ouwe hebben jullie
ruzie?
Ga eerst maar eens aan tafel beval Leny dan zal ik even een paar eitjes bakken dan ziet de wereld er weer
heel anders uit.
Er klonk gestommel in de machinekamer, we hebben er een eter bij Leny ik haal hem wel even het is een
broertje van me.
IK riep naar beneden jongens eten, daar kwamen ze aan Stefan leek wel een mijnwerker, zijn gezicht zat
onder het smeer, hij vroeg is er een puts Dirk dan kan ik mijn handen wassen.
Met schonen handen kwamen de twee machinisten in de messroom.
Mag ik u voorstellen kap. mijn broer Stefan de assistent van de machinist als het mag van u dan zou hij mee
willen varen naar Delfzijl.
Heeft hij dan verstand van motoren vroeg de ouwe?
Die daar, daar kan Bart nog wel wat van leren antwoordde ik.
Nou dan kunnen we hem wel gebruiken ging de ouwe ernstig verder.
Hij moet dan maar in jou hut slapen als er tijd voor is om te slapen. De hoofdmotor heeft weer eens kuren en
een extra mannetje er bij kunnen we net hebben.
Maar dam moet hij ook flink eten mengde Leny zich in het gesprek, Stefan glunderde van vreugde, aan hem
zou het niet liggen desnoods zou hij naast de motor slapen.
Leny bakte een extra eitje voor hem en schonk hem een mok vol thee in.
Nog altijd zat Wim stug voor zich uit te staren.
Toen hij aan dek ging liep ik met hem mee, vooruit Wim wat is er begon ik doe eens normaal is er gisteren
wat gebeurt.
Wim lacht weer een beetje, eigenlijk is er niks aan de hand maat, maar Astrid maakt me de kop gek, wat
gaat ze doen als ik weg ben, zou ze dan snel een ander hebben.
Nou zeg waar ben je mee bezig, antwoordde ik, zelf vlieg je van de ene naar de andere meid en nu kom je er
een tegen die je bijzonder leuk vind, maar die je niet kunt peilen en ga je ruzie maken met ons, net of wij er
wat aan kunnen doen.
Wacht maar eens af voor we weg gaan staat ze aan de gangway om gedag te zeggen. En als ze er niet staat
wat dan begon hij weer.
Nou dan kan je het vergeten, dan heeft ze geen belang bij je antwoordde ik.

87
We ruimden de boel van de deklast in de bak, maar Wim kon het maar niet laten om steeds naar de wal te
kijken.
IK had er wel erg in en zei dan ook, denk je nou dat Astrid niks anders te doen heeft als een beetje naar jou
te komen kijken?
Hij grijnsde maar een beetje maar bleef aan dek met één oog naar de wal.
Nico kwam tegen koffie tijd zijn fiets halen en vroeg wanneer vertrekken jullie, dat moest ik van Astrid
vragen dan kwamen ze nog even langs.
Stefan was als een haas naar boord gerend toen hij hoorde dat hij mee mocht varen. Hij kwam er nu aan
gelopen met zijn ouders, een koffertje in zijn hand.
Pa moest heel het schip zien en stond lang met de ouwe in de kaarten kamer te praten, ma had heel het
achterschip bezichtigd en was nu in gesprek met Leny, haar klompjes klepperden op de tegeltjes in de
kombuis die ze hardnekkig keuken noemde.
Na een paar uur gingen ze weer naar bood terug met de mededeling, zal je een beetje op je broer passen
Dirk, hij heeft geld bij zich zet hem maar op de trein als je in Delfzijl bent en met een paar hartelijke kussen
verdwenen ze richting sluis.
Stefan was al weer naar beneden met zijn nieuwe baas. Bart had schik in zijn assistent en maakte hem
wegwijs in de vetkuil.
Later liepen ze met een bos sleutels naar voren waar ze met de ankermotor bezig gingen.
De ouwe kwam er bij staan en vroeg waarom start dat ding zo slecht Steef?
Wij hebben er net zo eentje op het voordek staan antwoordde Steef, altijd als we door zeeland varen en het
heeft flink gebuisd dan wil hij slecht starten, maar ik heb vaak genoeg gezien hoe pa hem weer aan het
draaien kreeg, het is knap stom om eerst te draaien en dan pas te gaan kijken wat er aan de hand is.
Zo die was raak, had de ouwe en Nico zich niet het lazarus staan draaien toen we ten anker waren gekomen?
De ouwe ging maar weer naar achteren, de werklieden haalden de laatste hijsen hout uit het ruim vandaan,
als we leeg zijn gaan we eerst eten en dan vertrekken we jongens zei hij en verdween naar het kantoortje aan
de wal.
Waar blijven die rot meiden nou begon Wim weer, ik begon me ook zorgen te maken straks gingen we weg
zonder afscheid te nemen.
Bart vroeg Wim, zou je de luchtfluit eens kunnen testen, en paar dagen geleden deed hij ook al zo raar.
Blaas maar een tengetje leeg, ik denk dat er water in de leiding zit, meteen knipoogde hij naar mij.

Hoezo antwoordde Wim, die helemaal opfleurde toen hij de meiden zag,
Als ik geen afscheid had kunnen nemen had ik nooit meer kunnen slapen gekke jongen fluisterde ze tegen
Wim.
We gaan zo eten en dan zijn we vertrokken, lopen jullie nog even mee naar achteren vroeg ik aan Willy.

88
Daar hebben we helemaal geen tijd voor malle jonge kom geef me een lekkere knuffel, dan kan ik er weer
even tegen.
Ik kuste haar hartelijk, ze ging nog even naar de ouwe en Leny om gedag te zeggen en vroeg waar is Astrid
gebleven?
Die staan achter de stuurhut te vrijen zei Stefan, ze denken dat niemand ze ziet, maar aan de wal staan ze in
de kantine voor de ramen te gluren, inderdaad stonden de werklui voor de ramen te kijken, maar daar had
Wim lak aan.
Ik kuste Willy nog voor de laatste keer, daarna Astrid en daar gingen ze weer op de fiets naar huis, een
stralende Wim achterlatend.
Na het eten vroeg de ouwe, zou de nieuwe de kar kunnen starten Bart? Dan vertrekken we.
Ik heb wel verteld hoe hij het moet doen, maar of hem het lukt, we zullen zien.
Stefan zat op zijn stoel te draaien, naar zijn zin zaten ze veel te langzaam te eten hij had zijn bord al leeg,
maar hij moest blijven zitten, tot de kapitein zou zeggen, dat ze van tafel zouden kunnen.
Hij vond alles spannend, gelukkig was de kapitein zijn vrouw aan boord, dat leek hem wel een aardige
vrouw en met Bart kon hij het ook aardig vinden.
Straks zou de enorme motor van de Gruno gestart worden, misschien mocht hij dat wel doen, als Bart er
maar bij bleef, dorst hij het wel.
Aan boord mocht hij de motor ook wel eens starten, maar dat was heel gemakkelijk je hoefde allen maar een
sleutel om te raaien en op een knopje te drukken.
Eindelijk waren ze zo ver, snel trok hij zijn overal weer aan en verdween met Bart naar beneden.
Bart zei, ga eerst maar eens voorpompen, hij pompte zijn armen uit het lid, tot hij de druk meter op zag
lopen. Bart had de luchtkraan al open gedraaid, samen trokken ze aan het starthandel, met een paar knallen
en donderend geraas begon de motor te draaien.

Trots keek hij Bart aan, en schreeuwde boven het lawaai uit, moet ik nu beneden blijven?
Bart schudde van nee, stak zijn duim omhoog en gebaarde, we gaan naar boven. Boven gekomen was zijn
broer Dirk al bezig met de trossen en voeren ze even later naar het midden van de Zaan.
Stefans hart klopte in zijn keel, ze waren onderweg naar IJmuiden, hij ging naar boven op het sloependek en
luisterde naar het machtige geluid van de hoofdmotor, dat uit de uitlaat kwam.
De Gruno liet zich ondanks zijn beschadigde kop gemakkelijk naar de sluizen van IJmuiden sturen.
Buiten de sluizen gingen Bart en Stefan naar beneden om de motor zijn smeerbeurt te geven.

Ach wat bij zijn vader aan boord slingerden ze ook wel eens, dus niet zeuren wat zouden ze lachen als hij
over zijn nek zou gaan, die lol zouden ze niet hebben.
Maar het rare gevoel in zijn buik werd steeds erger, hij probeerde met de olie spuit de tuimelaars te smeren,
met zijn andere hand moest hij zich stevig vast houden anders dreigde hij van het bordes, dat om de motor
liep, te vallen.
Bart leek nergens last van te hebben die stond zijn lichaam mee wiegend, op de deining het emmertje leeg te
gooien in de smeer automaat.
Bart keek naar Stefan, en maakte een gebaar van, gaat het een beetje, anders, het emmertje is leeg. Stefan
wankelde van het bordes naar beneden en voelde zijn maag omhoog komen, Bart zag het aan komen en hield
snel het emmertje onder zijn mond.

Stefan kon het niet meer tegen houden en kotste half over Bart zijn hand in het emmertje.
Hij keek zielig nar Bart, maar die trok zijn schouders op en kneep zijn neus dicht, gooide het emmertje leeg
onder in de biels.

89
Stefan voelde zich opgelucht nu zijn maag leeg was, voelde ook dat nare gevoel niet meer in zijn buik,
Bart beduide met zijn handen, wil je naar boven om wat te eten.
Eigenlijk had Steef geen zin in eten maar met een lege maag kan je ook niet werken, alhoewel een beetje
frisse lucht kon geen kwaad.
In de kombuis was zijn broer net bezig koffie en een paar boterhammen aan het maken.
Zo, vroeg hij, wordt je niet beroerd in de machinekamer met al die stank, mij krijg je niet naar beneden, en
met een, hier heb je wat te eten schoof Dirk hem een paar boterhammen toe schonk een mok koffie in en
stapte over de waterkering naar buiten.
Steef hapte met moeite in het brood, hij wilde niet laten merken dat hij een beetje zeeziek was en ging ook
naar buiten.
Moet je kijken Steef, daar die vuurtoren is Den Helder en die andere even verderop is Texel, als we zoo door
gaan zijn Ik heb helemaal geen slaap Dirk, ik wil die paar uur dat ik aan boord ben bij de motor blijven ik slaap wel in

de trein morgen.

De koffie en het brood hadden Steef weer op de been geholpen hij voelde niks meer van de zeegang, de
Gruno slingerde als een gek, de buitenlucht deed hem goed, zo goed zelfs dat hij het weer aandorst om in de
vetkuil af te dalen.
Maar eerst wilde hij nog even in de stuurhut kijken.
De stuurhut was alleen verlicht door het lampje boven het kompas, Wim hing met een sigaretje in zijn mond
tegen het stuurrad, de ouwe was bezig in de kaarten kamer.

Zo Steef ben je nog wakker vroeg de ouwe uit de kaartenkamer.
Hij antwoordde, ja kapitein, ergens was hij een beetje bang voor de ouwe, niet dat ouwe bars deed of zo, hij
was juist erg aardig, maar hij was de kapitein, de baas van het schip en daar had hij ontzag voor.
Wil je weten waar we zitten Steef vroeg de ouwe?

Graag kapitein, Steef liep op het zeetje, zich hier en daar aan vast houdend naar de kaarten kamer.
Een soort schemerlamp zat aan een arm boven de kaartentafel en verlichte een kaart van de Noordzee. Er
stond een potloodlijn op de kaart getrokken, ergens in de midden stond een kruisje met de tijd erbij, hier
zitten we Steef, de ouwe wees met zijn vinger op het kruisje.

Steef wees op het puntje van Noord Holland, staat daar de vuurtoren de Lange Jan vroeg hij, die we daar
zien aan stuurboord?
Je bent aardig op de hoogte maat, antwoordde de ouwe en hoe is het beneden, kan je het nog een beetje
uithouden in die stank?
In het begin was ik zo misselijk als een kat, maar nu ga ik weer naar beneden kapitein, ik vindt het prachtig
bij de motor.
Mooi zorg maar dat hij blijft draaien en doe voorzichtig met naar beneden gaan.
Toen Steef de machinekamer in ging kwam hem een warme damp tegemoet, gek genoeg vond hij het
heerlijk ruiken, eerst ging hij er van over zijn nek en nou vond hij het lekker.
Glimlachend daalde hij de trap af tot op de vloerplaten, Bart zat op een krukje, met zijn benen zich schoor
houdend, iets uit elkaar te slopen.
Bart zag dat Steef niet meer misselijk was en gaf hem een klopje op zijn schouder, stak zijn duim omhoog en
ging verder met zijn karweitje.

Steef poetste nog wat aan de motor tot Bart schreeuwend in zijn oor vroeg, smeer jij de motor straks nog een
keer, dan ga ik en paar uur slapen, je weet hoe het moet hè, slingerend langs het trapje klom hij omhoog,
Steef achter latent bij de stampende machine.

 

Wordt vervolgd