Hoofdstuk 28 belevenissn op een kustvaarder in 1960

       

Al 9 jaar de beste

3000 fans.FB lowy Cremers udonthani.

Ze kunnen niet meer om ons heen.

 

Hoofdstuk  28  belevenissen op  de kustvaart 1960

Een bijdrage  van een onzer fans.

De Max zat vlak achter hen aan, als die het tij mee kregen dan liep er een gemeen stuk zee in de
Elbemonding.
Die zouden dan een halve dag gaan schuilen in Cux, dat zou hun voorsprong een stuk vergroten.
De golven vielen hem toch wel tegen toen ze bij de Elbe 1 kwamen.
Maar de Gruno was wel wat gewend en nam elke zee met gemak, of ze het spel mee wilde spelen om de race
te winnen.
Na de Elbe 1 verlegde Joost de koers een stuk naar Bak boord, de zeeën kwamen nu dwars in, de Gruno
begon nu als een waanzinnige te slingeren.
Na een uurtje begon de motor te haperen even later liep hij weer gewoon.
Er zal wel een filter verstopt raken opperde Bart, de laatste keer dat we gebunkerd hebben vond ik de kleur
van de gasolie al verdacht bruin
Hij ging net naar beneden toen de motor er mee op hield, omdat ze toch niet konden sturen renden Joost en
Andries achter hem aan.
Het leek beneden wel of de Gruno telkens op haar zij lag zo scheef lagen ze soms.
Ze waren net bezig toen ze in het ruim een enorme knal hoorden.Verschrikt keek Andries naar Joost, de
lading begint te schuiven brulde hij overbodig, nu de motor stil stond hoefden ze helemaal niet zo te
schreeuwen.
Bij de volgende rol weer een harde knal er ging een siddering door de Gruno net of ze ergens op stoten, maar
ze zaten ver genoeg in zee, dat kon niet het was hier diep genoeg.
Andries vloog langs de trap naar boven en keek over boord of ze aangevaren waren.
De Gruno slingerde naar Bakboord zo ver dat je haast onder het vlak kon kijken,
Hij tuurde langs de huid van het schip, net op het moment dat de Gruno weer op zijn zij ging liggen. Hij
geloofde zijn ogen niet, er stak een dikke staalplaat door de huid, als een vin van een vis.
Met donderend geweld kletste de staalplaat onder water om met de volgende golf weer boven te komen.
Hij gilde in de machinekamer, alarm, alarm we moeten er af we zinken binnen de kortste tijd.
Hij rende naar de reddingsloep en begon het zijldoek er van af te trekken.
Hendrik stond ineens naast hem in zijn onderbroek, kalm aan Andries, vertel eens wat er aan de hand is.
De motor werd weer gestart, Bart en Joost kwamen ook op het sloependek.
Andries wees naar de plek waar de staalplaat door de huid stak.
Nu ze weer sturen konden, bracht Joost de Gruno met de kop op de wind, het slingeren was nu over, maar ze
merkten dat ze al slagzij maakten.
Dat ziet er niet goed uit, mannen sprak Joost rustig er moet een enorme scheur in de huid zitten en dat
kunnen we niet met de pompen bij houden.
Hij schakelde de zender in en riep in de hoorn, Mayday, mayday, hier de Gruno.
Uit de luidspreker klonk, hier kustwache was wunschen sie.
Joost beschreef hun situatie en vervolgde dat ze zinkende waren, ze zouden het schip verlaten.
Ineens klonk de stem niet meer verveeld, hij vroeg hun positie en beloofde zo snel mogen lijk hulp.
Het water stond nu al op de luiken van de Gruno, als er een zee over de kop kwam klom hij niet meer
omhoog, of ze voelde dat het geen zin meer had om te vechten ze voelde het einde naderen.
Marga was uit bed gehaald door Hendrik, hij zei, kleed je maar warm aan ik denk dat we in de reddingsboot
moeten.
Ze was niet eens geschrokken, beneden in de verblijven merkte je niet eens dat de Gruno zinkende was, ze
lagen wel scheef maar het was slecht weer, dus vond ze het gewoon.
Koken kon ze goed, maar van varen had ze geen benul, en als Hendrik zo rustig vertelde dat ze er af
moesten, kon ze ook niet bang worden.
Ze dacht misschien wel dat ze voor haar een gangway uit zouden leggen.
Toen Hendrik boven kwam met zijn liefste, stak de kop van de Gruno al geheel onder water.
Ze probeerden de sloep nog buiten boord te draaien.
Als ze in de haven lagen leek alles zo gemakkelijk, als ze eens een oefening hielden.
Maar nu was het werkelijkheid, gekleed in oliegoed een reddingsboei om hun middel die alleen maar
hinderde, was alles heel anders.
Maak alles vrij gebood Joost als we zinken zullen we vanzelf van boord spoelen, we zitten een beetje in de
luwte van het stuurhuis we kunnen niets anders meer doen dan wachten.

264
Ze hielpen Marga in de sloep, Hendrik bond haar met een stuk werplijn vast aan de doft. Ze hoorden hun
naam door de radio roepen, Joost rende naar binnen, brulde we gaan nu overboord er is geen tijd meer, red
ons als het kan, over en uit.
Hij snelde het stuurhuis uit en rende naar de sloep waar de rest van de bemanning angstig in de ochtend
schemering zat te wachten wat er zou gebeuren.
Joost wilde over de kop in de sloep stappen toen het gevaarte begon te schuiven, hij probeerde haar nog te
stoppen maar er was geen houden meer aan.
De sloep knalde Joost als wrijfhout gebruikend tegen het stuurhuis aan.
Ze zagen het allemaal gebeuren, maar konden er niets aan doen.
Door de klap sperden de ogen van hun kapitein haast uit zijn kassen, een straal bloed spoot uit zijn wijd
geopende mond, toen klapte Joost voorover in de sloep.
Marga die voor in de boot zat gilde het uit en trok wat er nog van Joost over was op haar schoot.
Met luid geraas dook de Gruno nu onder water, ze had de strijd verloren.
De sloep was ergens achter blijven haken en werd mee onder water getrokken.
Andries en Peter de nieuwe matroos, die bij de proefvaart had staan zwaaien aan de Max, rolden door de
sloep naar voren.
Wat er verder gebeurde wist niemand later te vertellen, ze konden er alleen maar naar raden.
Toen Andries weer boven water kwam, dook als een walvis de sloep naast hem uit de golven omhoog.
Hij kon nog net de reddingslijn die langs de sloep gespannen hing, grijpen en zo aan boord kruipen.
De boot lag tot aan het dolboord in het water, hij ging op een doft zitten en probeerde Marga overeind te
zetten.
Vastgebonden door Hendrik lag ze met haar hoofd ruggelings onder water. Haar reddingsvest was ze kwijt.
Het touw om haar middel striemde onder haar buik in het vlees, haar trui was onder haar oksels geschoven
zo dat haar bollende buik waar Hendrik zo trots op was voor iedereen zichtbaar was.
Maar er was niemand die er naar kon kijken omdat iedereen verzopen was dacht Andries bij zich zelf.
Opeens hoorde hij hulp geroep achter zich, was er dan toch nog iemand levend van af gekomen.

Hij greep snel de rest van de werplijn waar Marga mee vast gebonden zat en gooide het naar de plaats waar
hij het geroep vandaan hoorde komen.
Hij voelde een ruk aan de lijn, net of hij zat te vissen schoot het door hem heen en begon de lijn binnen te
halen.
Het bleek Hendrik te zijn met moeite trok hij hem in de boot, die ondanks de woeste zee slechts enkele
centimeters boven water bleef.
Hendrik kroop naar Marga toe, nam haar hoofd in zijn handen en kuste haar op de mond.
Wees maar niet bang meer hoor meisje ik ben er weer, stamelde hij als maar door.
Die is gek geworden dacht Andries, je kon zo zien dat Marga verdronken was, haar armen hingen slap langs
haar lichaam in het water.
Hendrik streelde met zijn grote handen de blote buik van Marga en mompelde op zijn Kampers, je vader
leeft nog hoor mijn kleine, alles komt goed.
Verdwaast keek hij naar Andries met niets ziende ogen.
Wild manoeuvreerde de ouwe de Max naar de uitgang van de haven. Over de radio was het een gekakel van
jewelste.
Iedereen wilde weten waar het schip in nood zat en wat de naam was van de ongelukkige.
De Elbe liet zich van haar kwaadste kant zien, grote golven beukten de uitvarende Max.
De ouwe stond zelf aan het roer en zei tegen Wim, ik vind het tot nog toe wel mee vallen. Hier kan de Gruno
niet van in nood gekomen zijn, we hebben wel eens erger mee gemaakt.
Als ze nou maar in de boot zitten dan komen ze wel aan de wal, maar er moet iets anders gebeurt zijn, ik
denk dat de lading is gaan schuiven.
Het zijn stommelingen schold Wim, je leven riskeren om als eerste op je losplaats te komen.

Nou zit de schuit onder water en hebben ze een boel narigheid op hun nek gehaald, als ik Joost tegen kom
de scheld ik hem verrot.
Een grote breker brak over de kop en waaierde uiteen op de luiken.
Als dat zo doorgaat dan zitten we zelf zo ook onder water merkte Dirk op.
Nou ik vind juist dat het niet meer zo hard tekeer gaat als toen we nog op de Elbe zaten zei de ouwe. In de
verte zagen ze een reddingsboot als een jachthond over de golven springen.

265

Een grote supertanker lag dwars op de golven, die was zeker aan het zoeken naar overlevenden.
Ik had gehoord dat ze nog een sloep hadden gestreken, die zal wel ergens drijven maar waar vroeg de ouwe
eigenlijk aan niemand.

Steef was na dat ze buitengaats waren, naar zijn hut gegaan om werk kleren aan te trekken.
Hij trok zijn broek uit en voelde in zijn kontzak naar zijn portemonnee, een luide vloek ontglipte zijn lippen,
vuile kaairat schold hij in stilte, hij dacht een spekkoper te zijn geweest, ketsen zonder te betalen, maar dit
was wel een duur avontuurtje geworden.
Geraffineerde tante, had natuurlijk toen hij er geen erg in had zijn geld gepikt, mooi was hij er mee en hij
kon het geeneens aan de ouwe melden.
Kwaad op zich zelf liep hij met moeite door het heftige slingeren van de Max naar de stuurhut.
Andries zocht de woeste zee af naar schepen , soms kon hij als de sloep op een golftop zat een grote
supertanker zien varen, dan dook hij weer in een golfdal en zag alleen maar water om zich heen.
De sloep stond half vol water maar hij deed zijn eer aan als reddingsboot, als een aangeschoten zwaan deed
hij zijn best om boven water te blijven.
Andries schreeuwde naar Hendrik, we moeten hozen, het water moet er uit.
Maar Hendrik zat stom voor zich uit te kijken en hield Marga in zijn armen, niet beseffend dat Marga al
lang niet meer hoorde dat hij tegen haar sprak.
Andries zocht onder de doften naar een hoosvat, hij vond wel een emmer en begon daar mee als een razende
het water uit de sloep te gooien.
Het ging niet snel maar hij zag toch dat het in de boot minder werd.
Je moet mee helpen Hendrik schreeuwde hij.
Maar Hendrik hoorde niets en zag niet hij leefde in een andere wereld.
Ruw schudde Andries hem aan zijn schouder, als je niet gaat hozen dan krijgt Marga het koud met haar
benen in het water.
Hij keek Andries aan legde Marge op een doft, greep ook een emmer onder een bank vandaan en begon
ritmisch het water over boort te gooien.
Als ze op en golftop zaten klom Andries gevaarlijk op een doft en speurde om zich heen.
Hij zag een reddingsboot op de golven dansen en de supertanker in de verte een rondje draaien.
Hij kon wel schreeuwen van vreugde, ze komen ons halen Hendrik we zijn gered.
Maar ze waren nog lang niet gered, hoe meer water ze hoosden, des te hoger kwam de sloep boven de
golven en kreeg de wind er meer vat op.
Andries zag in de verte een gasboei, hij bedacht als we daar eens aan vast konden maken.
Vroeg of laat zou er een schip langs komen die hen op zou merken.
Hij pakte een riem en beduide Hendrik ook dat hij een riem moest nemen ze zouden wel geen snelheid
kunnen maken, maar als ze een beetje geluk hadden dan zouden ze de sloep tegen de boei aan kunnen laten
komen er een touw omheen gooien en dan afwachten tot er een redding kwam.
Er moest beslist een beschermengel op de arme schipbreukelingen neer gekeken hebben.
Bij iedere golf kwam de boei naderbij.

Andries bedacht bij zich zelf, in het ergste geval neemt een golf ons op en boort de boei zich door de sloep
heen en zouden ze op hun zwemvesten moeten vertrouwen, maar zonder geluk vaart niemand wel.
Hij vond het touw in de kop van de sloep die vast zat aan een ring aan de buiten kant.
De boei kwam steeds dichterbij, soms stak de boei hoger dan de sloep, een volgend moment waren zij weer
hoger als de lichtopstand.
Hij had nu spijt dat haast al het water buiten boord was gehoosd, eerder had de sloep door de wind niet zo
veel snelheid gekregen.

266
Hij zag met schrik dat ze achter de boei langs zouden drijven, hij gooide zijn zwemvest en jekker uit en
dook in het water.
Het water was niet kouder dan dat hij al was, met de moet der wanhoop zwom hij naar de boei stak al
watertrappelend het touw door een oog, knoopte het met een, zoals de leerraar het wel eens noemde, japanse
hoerenknoop, vast en zwom terug naar de sloep.
Hendrik, trek me aan boord riep hij, Hendrik was nog steeds als een dwaas aan het hozen.
Stopte even keek over het boord stak één van zijn enorme handen naar hem uit, greep hem bij een arm en
tilde hem in één ruk binnen boord
Als of ze een oefening hadden gehouden zo gemakkelijk was alles gegaan.
Plotseling kwam het touw met een ruk strak te staan, Andries tuimelde onderin de boot.
Nog een paar keer zulke verkeerde rukken en de hele kop zou er uit breken.
Dirk Wim en de ouwe werden moedeloos door het zoeken tussen de golven naar de bemanning van de
Gruno.
Via de marifoon hadden ze gehoord dat de reddingsboot twee lijken had opgevist en nu niets meer dan
wrakhout zagen drijven.
Van de supertanker hoorden ze dat ze een masttop tussen de golven hadden waar genomen van de gezonken
coaster.
Ze gaven een precies positie door en melden dat ze niets meer konden doen.
Ze zouden nog wel uitkijken naar eventueel sloepen, maar ze vonden het te gevaarlijk om bij het wrak in de
buurt te blijven en rondjes draaien.
De ouwe van de Max overlegde via de marifoon met de reddingsboot ook het zoeken maar te staken en hun
reis te vervolgen.
Hoe jammer ze het ook vonden ze konden toch niets meer doen, nu ze wisten dat de Gruno al een paar uur
gezonken was, overlevenden zouden er toch wel niet meer zijn.
De ouwe beval, met een stotterend stem van emotie, Wim ga maar op koers naar Den Helder ik zal daar wel
het één en ander moeten regelen.
Dirk liep naar de kaartentafel, trok een lijn met potlood naar de dichtbij zijnde boei.
Pakte een passer, wandelde met de passer over de kaart en prikte naast de eerst komende gasboei woest in de
kaart.
Hij noemde de koers en zei tegen Wim, over drie mijl gaan we een andere koers voor liggen.
Ze voeren zwijgend verder steeds omkijkend naar de supertanker die nog éénmaal een rondje draaide.
Ellen kwam boven met een verse pot koffie, ze had er niets bij te eten gemaakt ze zouden toch geen hap door
hun keel kunnen krijgen.
Ze zette de koffie tussen een paar kussens op de bank, alhoewel de zee, nu ze een overwinning had behaald,
nog wel tekeer ging, maar het leek wat rustiger te worden.
Ellen zou de eerste wacht op zich nemen, ze controleerde de koers en positie, pakte een verrekijker en zocht
naar de aankomende boei.
Een vreselijk gil klonk door het stuurhuis een doffe knal en gerinkel van glas volgde.
De ouwe halverwege de trap naar beneden, reeds helemaal gestrest door het vergaan van de Gruno, kwam
vloekend en scheten latend weer in de hut.
Kijk nou eens wet je gedaan hebt brulde hij, mijn nieuwe verrekijker, daar moet je met je poten van af
blijven, als jullie wat willen zien pak je die ouwe maar hoe vaak heb ik dat al niet gezegd.
Ze wisten het allemaal als je aan de ouwe zijn kijker kwam dan was er wat loos, maar het was z'on goede
kijker, dat ze hem altijd stiekem gebruikten, als de ouwe niet op de brug was.

Ellen stond als versteend met haar arm naar voren te wijzen, ze kon geen woord uit brengen tranen
stroomden over haar wangen, ze stamelde achter elkaar Marga, Marga, Marga.
De ouwe dacht dat, die ziet ze door de spanning vliegen en schudde haar aan een arm door elkaar.
Met verwilderde ogen keek ze de ouwe aan en riep, daar, daar drijft een sloep
Ze renden met zijn allen gelijk naar buiten elkaar klem drukkend in de deuropening.
Dirk had snel hun kijker gepakt en tuurde in de richting die Ellen had aangewezen.
Door de deining zag hij niets, maar bedacht dat ze nu dicht bij een boei zouden komen en dat Ellen dat voor
een sloep had aan gezien.

267
Hij snelde weer naar binnen en keek in de radar, op nog geen mijl afstand zag hij de boei, die ze als ze
deze koers voeren ruim zouden passeren.
Hij keek nog eens aandachtig en zag nu twee stippen dicht bij elkaar.
Hij riep Wim kom eens kijken, samen keken ze een paar seconden in het beeld.
Ellen kon wel eens gelijk hebben riep Wim er zijn twee stippen op de radar.
De ouwe rukte de kijker uit Wims handen en tuurde in de aan gegeven richting.
Verdomme vloekte hij, hij vloekte haast nooit, je hebt gelijk dat is een sloep maar ik zie niets bewegen, als
ze er nou maar in zitten.
Dirk roep de reddingsboot op wij zullen er wel niet bij kunnen komen zonder dat we ze aan barrels varen.
De zenuwen gierden door Dirk zijn lijf heen, hij moest twee keer herhalen wat hij zei, ze begrepen niet wat
hij bedoelde.
Maar ze kwamen met hoge snelheid voor wind en golven naar hun toe beloofden ze.
Ze konden nu met het blote oog in de sloep kijken, twee personen zaten in een gedoken op de bodem van de
boot, een derde lag half dubbel achterwaarts op een doft.
De wendbare reddingsboot was snel ter plaatse, ervaren als de mannen waren stapten er twee mannen alsof
het een oefening was van hun boot over in de sloep.
Aangezien de sloep achter de reddingsboot verscholen lag, konden ze niet zien hoe de redding verliep.
Ze zagen Andries wel geholpen door een bemanningslid naar de beschermde stuurhut werd gebracht.
Hendrik zagen ze in het gangboord staan kijken hoe ze Marga haar levenloze lichaam aan boord tilden en
achter de brug verdwenen.
De reddingsboot melde via de VHF. hoe de situatie er bij stond.
Andries had de beide verdronken drenkelingen herkend als, Peter de matroos die sinds Delfzijl aan boord
was en Bart de machinist, Joost was met het te water komen van de sloep, verongelukt.
Ze overlegden wat ze met Andries en Hendrik zouden doen.
Andries wilde als het lukte overgezet worden op de Max, Hendrik was volledig in de war en zat met Marga
in zijn armen wartaal uit te kramen, het leek hun dan maar het beste om alleen Andries over te zetten en de
anderen mee te nemen naar hun basis.

Ze kwamen langzij met voor dit weer uitstekend geschikte boot langzij.
Ondanks de nog altijd wilde zee stapte Andries alsof hij van de kade aan boord stapte over op de Max.
Rillend van de koude brachten ze hem naar beneden, of ze er verkeerd of goed deden wisten ze ook niet
maar de ouwe en Ellen kleden hem uit en zetten hem in de badkuip van de ouwe zijn hut.
Ellen draaide de warmwaterkraan open , voelde met haar hand of het niet te warm was en waste Andries die
zielig in zijn nakie in de kuip zat.
Hij liet alles maar over zich heen komen, nu hij zich veilig voelde vond hij alles goed.
Hij had een wond aan zijn arm die zachtjes bloedde.
De ouwe had een verbanddoos tevoorschijn gehaald en verbond zijn arm liefdevol.
Toen Andries enigszins warm was geworden brachten ze hem naar de reserve hut.
Hij had al twee keer verteld hoe ze in nood waren gekomen en hoe Joost was omgekomen.

Van Bart wist hij niets, hij had hem weer dood terug gezien op de reddingsboot.
Hij werd door Ellen toegedekt, maar hij merkte het niet eens meer van uitputting sliep hij gelijk in.
Boven gekomen zagen ze de reddingsboot juist de sloep van de Gruno op sleeptouw nemen om naar het
vasteland terug te keren.
Ze konden duidelijk op de achterspiegel de naam, Gruno Delfzijl lezen.
Ze namen nog een paar gegevens door via de VHF met de redders en zetten koers naar Den Helder.
Andries sliep de hele dag en een groot deel van de nacht, Ellen leek wel een verpleegster ieder moment als
ze maar dacht dat hij wakker zou worden was ze in de buurt.
Toen de motor langzamer ging draaien om de haven van Den Helder binnen te lopen deed hij zijn ogen
open.
Hij zag Ellen op zijn bed zitten en zei, ben je een engel of ben je dat lekkere ding van school.
Hij zei het als grap maar begon plotseling te huilen als een kind.
Ellen wist eerst niet hoe ze er mee aan moest, maar toen ze zijn hoofd op haar schoot legde greep hij haar
handen en begon te vertellen hoe Marga om het leven was gekomen.
En dat de wereld niet eerlijk was, Marga was het zonnetje van de Gruno hij had zelden z’on vrolijke meid
mee gemaakt.

268

Ze deed altijd haar best om de bemanning het naar de zin te maken.
Hij had toen ze net zwanger was, menigmaal gezien dat ze overgegeven had.
Even later was ze weer lachend in de kombuis terug gekeerd en had gezegd, ik ben niet ziek hoor, maar het
is de schuld van de baby die kan niet tegen het slingeren en moet overgeven.
Nu was ze dood en zouden ze haar lachen nooit meer horen.
Ellen antwoordde niet maar streek met haar vingers door zijn haren alsof het haar broer was.
Probeer nog maar wat slapen zei ze , dekte hem toe kuste hem op zijn voorhoofd en verliet de hut om haar
plaats in te nemen op het achterdek.

Autoriteiten, politie, haven meester en verzekering mensen overspoelden de Max die met de vlag halfstok
afmeerde aan de kade.
Twee dagen hadden ze nodig om alle formaliteiten in te vullen, betreffende de gezonken Gruno.
De ouwe zag geen kans om de haven uit te varen, iedere keer was er weer iemand die wat moest weten.
Ze hielden vergadering in de salon, Andries was nu zo er opgeknapt dat hij naar huis zou kunnen, zonder
zijn papieren kon hij toch voorlopig niet meer mee varen.
Kunnen en durven jullie zonder mij naar Leixoes te varen vroeg de ouwe, jullie hebben allemaal papieren,
als jullie elkaar helpen dan blijf ik achter en kom in Leixoes weer aan boord.
Niemand hoeft het te weten, ik weet het is illegaal maar als jullie het durven ga dan vannacht maar naar
buiten.
Leny komt met de auto hier heen en neemt Andries en mij mee naar huis, dan kan ik de zaken op een rijtje
zetten.
Ze vonden het geen van allen een bezwaar en met z’n drieën kon er niets verkeert gaan.
Leny kwam aan boord de ouwe pakte zijn tas en verdween met Andries als dieven in de nacht naar huis,
Leny kuste iedereen en wensten ze een goede reis.
De marechaussee maakten de papieren in orde, ze vroegen niet waar de kapitein was maar wensten ze een
voorspoedige reis naar Leixoes.

Zo vertrok de Max zonder kapitein naar zee.
Dirk voelde zich het meeste verantwoordelijk voor de Max en vroeg of ze het goed vonden als hij de
kapitein voor deze reis zou spelen.
Als je maar niet naast je schoenen gaat lopen van verwaandheid vind ik het best antwoordde Wim, Ellen stak
haar tong uit en zei, ik neem het er van de reis van en ga gelijk naar bed, ze gaf een kushandje en verdween
naar haar hut.
Zo vertrok de Max sluipend in de nacht zonder kapitein naar zee.
Eigelijk stom van ons hé, begon Wim, ik weet wat het is om overboord te raken en de dood voor ogen te
zien, nu zijn we pas twee dagen verder en het leventje gaat gewoon zijn gang.
Als ik er weer aan denk toen we samen op de brug stonden en Joost beneden om ons in de gaten te houden,
wat hebben we gelachen en nou is hij er niet meer.
En Bart zien we ook niet meer, ik zie hem nog dansen in Lulea, god wat hadden we het toen naar ons zin.
Joost twee reizen kapitein en dan al einde carrière, Hendrik zonder vrouw wat moet er van hem terecht
komen.

Andries zal er wel snel overheen zijn, als hij het tenminste snel vergeten kan wat er allemaal gebeurt is.
Hij had wel twee keer verteld wat er die dag gebeurd was vanaf het moment dat ze in Brunsbuttel naar
buiten waren gevaren.
Er was nooit iets met de lading gebeurd als de motor maar was blijven draaien.
De Gruno was een goed schip, ze had zich tot op het moment dat de motor stil viel, normaal gedragen, het
was wel slecht weer maar ze hadden het wel eens slechter mee gemaakt.
Als Andries zou beseffen dat zijn maten waren verdronken waren, zou hij wel een terugslag krijgen.
Voorlopig zou Leny wel voor hem zorgen, ze kenden hem eigenlijk alleen maar van school.
Een rustige jongen die alleen uit zijn slof schoot als hij een biertje teveel op kreeg.
Dirk wist eigenlijk niet eens waar hij vandaan kwam.
Ze zouden wel meer nieuws horen als de ouwe terug kwam.

Die zou heel wat te verwerken krijgen met de verzekering en de scheepvaart inspectie, dan was hun reisje
onder bemand naar Leixoes heel wat aantrekkelijker.

269
Zo stonden ze nog een tijdje te praten, Dirk oplettend in de stuurstoel en Wim hangend op de bank
achterin het stuurhuis.
Tot Dirk er erg in kreeg dat Wim niet meer antwoordde, hij keek eens achterom en zag dat hij lag te maffen.
Mooie hulp dacht hij bij zich zelf, maar nu had Dirk de gelegenheid om de zaak eens op een rijtje te zetten,
hij had de tijd, voorlopig hadden ze nog duizend mijl voor de boeg.
Hij liet zijn gedachten nog eens over de Gruno gaan, ze vonden het stom van Joost dat hij niet een dag had
gewacht tot de storm wat was afgenomen.
Maar had ik het ook gedaan dacht hij bij zich zelf, het was natuurlijk een eer om aan Willy te kunnen
vertellen dat ze de Max voor waren gebleven.
Dan zou hij nou misschien ook wel verzopen zijn geweest. Dat het zo afgelopen was had Joost ook niet
gewild.
Hij moest aan Willy denken, wat zou ze verdrietig geweest zijn als ze gehoord had als hij het schip verspeeld
had.
Hij nam zich voor om nooit een risico te nemen als hij niet wist of de lading goed gestuwd was.
De geur van koffie kwam in zijn neusgaten, verdraait was het al weer zo laat.

Dat vond hij van Ellen nou zo goed, ze kwam altijd uit zichzelf op wacht.
Op hun eerste reis naar Amsterdam was Hein haar gaan porren, het had verdacht lang geduurd voor ze boven
was, hij had haar nog gepest met, zo ben je wakker gekust.
Ze was zonder antwoord te geven naar de kaartentafel gelopen en had met een rode blos op haar wangen de
positie gecontroleerd.
Maar dat was zijn zaak niet hij gunde haar wel een ochtend zoen en Hein was best wel een leuke vent.
De lachende snuit van Steef kwam boven het trappengat uit, nu een paar dagen na het ongeval met de Gruno,
was hij er al overheen, geen wonder hij had de motor van de Max te onderhouden en hij was jong genoeg om
niet overal bij stil te staan.
Dan zou het bij de ouwe aan de wal wel anders gaan, die zat tot over zijn oren in de shit.
Het normale leven keerde op de Max terug, vanavond zouden ze Quessant passeren en doken ze de Golf van
Biscaje in.

Wim en Ellen waren wel eens een paar keer eerder door de golf gevaren, voor Dirk was het de eerste keer.
Na eerst Andries bij zijn ouders afgeleverd te hebben kwamen Geert en Leny dood moe bij hun huis aan, de
kinderen waren door een buurvrouw al naar bed gebracht.
Leny schonk een flinke borrel voor hem in en ging naast hem op de bank zitten.
Ze spraken geen van beiden een woord, heel de dag waren ze met vragen bestookt.
Morgen moest hij weer naar Groningen om met de verzekering te gaan praten.
Overmorgen zou de begrafenis van Joost plaatsvinden, smiddags die van Bart in Delfzijl.
Hij zou naar Kampen gaan voor Marga en Peter die ook uit die buurt kwam, het zou een heel gedoe worden
om overal op tijd te zijn.
Iedere keer zou de ouwe een kort woord moeten spreken, en na de ter aarde bestelling zou iedereen wel iets
te vragen hebben.

Hij was nog even bij de ouders van Peter, de jongste matroos, thuis geweest.
Als een zielig hoopje had zijn vriendin op de bank gezeten.
Zonder wat te zeggen had ze hem aan gekeken, tranen drupten onophoudelijk op haar schoot.
Hij werd er beroerd van, hij wilde nog wat tegen haar zeggen, maar hij kon de juiste woorden niet vinden.
Stilletjes had Peter’s moeder hem naar de deur gebracht en gezegd, we zien u morgen wel hé.
In stilte had hij gewenst dat hij maar met de Max was mee gevaren, hij maakte zich geen zorgen over de
Max, de jongens zorgden wel dat de schuit veilig zou overkomen.
Het was onverantwoord, hun zonder een kapitein naar zee te laten vertrekken.
Maar er was zo snel niemand die hem kon vervangen.

En twee maal achter elkaar zouden ze toch niet door het noodlot getroffen worden?
Willy had hem aan de telefoon in vertrouwen genomen.
Ze had verteld dat toen ze in Amsterdam van boord ging, z’on raar gevoel had gekregen dat er wat ergs
stond te gebeuren.
En het was nog uit gekomen ook.
Hij had gekscherend gezegd, als je weer eens z’on gevoel krijgt, bel mij dan direct op, gekke meid.

 

 

Met dank aan onze sponsors.

 

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com

udonthanicityweblog@gmail.com