3e hoofdstuk deel 2 boek belevenissen op de kustvaart 1960

 

 

 

 

Het leven heeft men niet in de hand, daarom is mijn eerste boek zo tragisch geëindigd.

Maar in dit boek pikt de tweede generatie de draad weer op.

Ook dit boek berust op pure fantasie, maar fantasie ontspant soms meer als werkelijkheid.

Steef’s ouders stonden raar te kijken toen ze voor de plank stopten.

Ze wisten niet eens dat Steef een motorfiets had.

Zijn vader zat op zijn hurken met Dirkje voor zich vol bewondering naar de draaiende oldtimer te kijken.

Rij maar een rondje pa, boot Steef aan, kom op, ik achterop ik geef wel aanwijzingen.

Toch nieuwsgierig stapte hij aarzelend op de pruttelpot.

Ze draaiden een paar rondjes op het fabriek’s terrein, angstig nagestaard door moeder’s.

Gezellig zaten ze even later in het knusse roefje om de tafel.

Toen het tijd werd om Dirkje naar bed te brengen, bracht Steef zijn schoonzus weer naar huis achter op zijn ploffiets. 

Weer terug aan boord dronk hij nog een paar biertjes met zijn vader en vertelde hij hoe het op school toe ging.

Later strompelde hij door het gangboord naar zijn oude bekende voorondertje.

Hij kroop in zijn vertrouwde bed waar hij maar net in paste en staarde naar het streepje licht dat door het luikje naar binnen gluurde.

Door de rit op de motor en de paar biertjes sliep Steef spoedig in.

Klossende klompen op het voordek deden hem wakker schrikken.

Vlug kleedde hij zich aan  keek nog eens wee moedig naar zijn vroegere jaren lange verblijf en stapte aan dek.

Kon je niet langer slapen vroeg zijn vader glimlachend?

Ik dacht dat je aan het bikken was met  die houten klossen op het dek, grapte Steef terug, maar Ria is nog niet uitgeslapen die blijft nog even liggen, als u het niet erg vind.

Het antwoord van zijn vader niet afwachtend liep hij door het gangboord naar achteren. Om even later door het patrijspoort naar zijn vader te kijken.

Die stonk er mooi in, eerst liep hij nog wat heen en weer om vervolgens de klap voorzichtig een stukje op te tillen en naar binnen te gluren.

Toen hij achterop binnen kwam, keek hij verbaast naar de vier bordjes op de tafel.

Steef had zijn moeder snel ingelicht wat zich op het voordek had afgespeeld en die vroeg scheiheilig , heb je haar niet mee naar achteren genomen, nou dan moet ze het zelf maar weten, wie te laat is krijgt geen eten, resoluut zette ze het bordje weer in de kast.

Zijn vader keek van de een naar de andere en  wist niet wat hij nu geloven moest tot de twee samenzweerders in lachen uitbarsten.

Na de koffie stapte Steef op zijn motor en reed richting de haven van Zaandam waar hij vermoedde dat de kotter lag.

Het was niet te overzien  dat grote monster tussen de plezier jachtjes, een kruising tussen een IJsselmeer vissertje en een Noordzee kotter.  

Hein was in de mast geklommen om een lijn door een blok te scheren. 

Hallo kapitein, riep Steef naar boven, permissie om aan boord te komen?

Als je komt helpen graag antwoordde Hein, hij had Steef al verwacht en direct herkend in zijn uniform.

Hein liet zich uit de mast zakken en schudden Steef de hand. 

Als we vaarklaar zijn dan stomen we naar Lulea Steef, daar had jij toch een scharreltje zitten, vroeg hij lachend. 

Dat jij dat nog weet jó, maar verder dan een zoen ben ik daar ook niet gekomen hoor.

Ze bleven nog een poosje praten over de tijd toen ze nog samen voeren.

Maar Steef wilde de oude prutteldoos wel eens bekijken, trok een overal aan die hij zag hangen en daalde in de machinekamer af.

Wat een rommeltje, Hein, begon hij, hier hebben ze nooit veel poetslappen verbruikt.

Na de kar van alle kanten bekeken te hebben vroeg hij, kunnen we niet even draaien?

Als hij het doet, lachte Hein en draaide de luchtfles open. Je zal zien dat hij het nu wel doet, zei hij en startte de kar. 

Natuurlijk sloeg de motor direct aan. Ze stopten  hem weer en starten weer opnieuw, ook ditmaal liep hij gelijk.

Dat zie je nou altijd bromde Steef, als je bij de dokter zit dan is de pijn over.

Maar bij de volgende startmanoeuvre weigerde hij, wel hoorden ze een hoop gesis. 

O als dat het is, dan repareer ik hem wel, zei Steef.

Doe maar flink antwoordde Hein, heb je al zo veel geleerd op die freubel school?

Ik hoor lucht ontsnappen langs het startventiel, dus blijft hij hangen.

Met een half uurtje sleutelen, hadden ze het weigerende onderdeel op de werkbank liggen.

Dat ziet er niet goed uit bromde Steef, dat ding is totaal versleten man.

Dat kan ook nooit goed werken.

Maar weet je wat, ik neem hem mee naar school en vraag aan de leraar of ik een nieuwe mag draaien.

Ze ruimden de boel een beetje op, Steef tapte een emmer dieselolie en begon de kar van boven af schoon te maken. Smeer en troep liep aan beide zijden van het pierement naar beneden. 

Onder hun gepoets en gewrijf  kwam, zo als Steef het noemde, een juweeltje te voorschijn.

Aan het einde van de dag, ze hadden zich amper tijd gegund om wat te eten, zaten ze in het kombuisje wat te eten en bespraken wat ze verder nog zouden doen.

Op een gegeven moment begon Hein, over Willy.

Zou die schoonzus van jou nog wel eens trouwen vroeg hij terloops?

Die antwoordde Steef, als ze zou trouwen dan moet het wel een zeeman wezen.

Ja maar ze heeft toch een vriend, die vent met dat kleine manneke bij haar in de straat?

Die dooie diender bedoel je, antwoordde Steef, nou daar hoef je niet bang voor te zijn, die heeft geen zoutwater in zijn aderen.

Omdat Steef weer over de motor verder ging, brak het gesprek over Willy af.

 

Later stonden op het achterdek hun handen schoon te schrobben en besloten op de goede afloop nog een pilsje te drinken

Ze liepen naar het kroegje waar Wim, heel lang geleden, op de piano had gespeelt.

De eigenaresse stond  nog steeds achter de toog.

Hoe veel bier zouden Dirk en Wim hier wel naar binnen hebben gegooid, vroeg Steef aan Hein. 

Het was allemaal voor hun tijd, maar ze kenden de verhalen wel van, weet je nog van toen we op de Gruno voeren.

De deur zwaaide open en een dikke kerel stapte naar binnen, stevende direct op het tweetal af en bestelde drie biertjes.

Toen de kasteleinse de glazen voor hen neer zette herkenden ze Nico pas.

Tegen sluitingstijd waren ze zo dronken als een maleier en werden ze door de struise dame resoluut de deur uit gezet.

Zie je die twee dingen daar hangen, lalde Hein en hij wees op de nog altijd stevige boezem van de waardin.

Nico ook behoorlijk aan zijn theewater, brabbelde, zeg nou niets over die ballonnen, anders wordt ze boos, dat is Wim ook eens overkomen.

Waar moeten we nu heen, vroeg Hein die het niet meer zo scherp zag zitten, waar zou mijn bootje liggen?

We gaan hem zoeken troostte Steef hem, wacht hier maar even dan haal ik mijn motor.

Dat had je gedacht zeker, kwam Nico er tussen.

Kom maar mee dan slapen jullie maar bij mij thuis.

Nico had evenwel niet met moeder Zwart gerekend, die bij hun thuiskomst de deur opende.

Aan haar gezicht konden ze wel zien dat het niet goed zat met zijn spontane invitatie.

Maar hij liet zich niet uit het veld slaan en zei troostend, kom maar jongens voor een zeeman is hier altijd plaats en loodste ze naar het schuurtje.

Met moeite trok hij het scheve deurtje open en taste in het donker wat rond.

Ergens moeten hier nog wel een paar meelzakken liggen bromde hij.

Toen hij dacht wat gevonden te hebben keek hij in het rond maar zag Steef en Hein niet meer, wel hoorde hij van de vloer een geronk als of er een motor stond te draaien.

Nou dan moeten jullie het zelf maar weten zei hij en trok het deurtje achter zich dicht.

Hij dacht, ze zijn nog jong en een nachtje op de grond kan geen kwaad.

Toen hij de woonkamer binnen stapte, stond zijn vrouw hem boos aan te kijken.

Moet dat nou altijd zo, vroeg ze.

Nico had geen zin om te praten en zei alleen maar, ik ga naar bed en strompelde  zo goed en zo kwaad als het ging het trapje op.

S’Morgens  trachtte Steef zijn ogen open te doen, maar ze werkten niet goed mee. Toen hij ze open had wist hij nog niet waar hij zich bevond.

In de schemering van het schuurtje hoorde hij dat hij niet alleen was.

Hij kroop op handen en voeten naar het deurtje en duwde het open.

Nog steeds wist hij niet waar hij was, hij vroeg dan ook, hé  wie ben jij en weet je ook waar we zitten?

Hein door het gerommel van Steef nu ook wakker geworden, keek verdwaast om zich heen.

Zo dat was een rumoerig avondje Steef,  ik denk dat er op het ogenblik meer bier dan bloed door mijn aderen stroomt. 

Ik moet eerst even de ballast weg pompen, waar is de plee?

Daar staat wel een emmertje doe het daar maar in, wat denk je dat  moeder Zwart wel zal zeggen als jij met zo’n verlopen kop en je gulp open binnen komt rennen.

Hein moest zo nodig dat hij het emmertje pakte.

Steef moest ook nodig maar dacht het nog wel even op te kunnen houden.

Maar door de kletterende straal kreeg hij plotseling te veel drang. 

Hij wilde naar buiten, maar er waren al spelende kinderen in de straat en dat was natuurlijk ook niets.

Hij liep naar Hein en zei, hou nog even die emmer vast.

Gadverdamme riep Hein ben je nou belazert en draaide zijn hoofd naar achteren maar was wel zo goed, dat hij de emmer voor Steef hield. 

Die schoot in de lach en zei, dat moet ik Willy straks vertellen

We gaan maar naar boord om wat te eten stelde Hein voor.

Maar zo ver kwamen ze niet. Nico kwam eens kijken of ze al boven water waren.

Eerst eten we een boterham zei hij gebiedend en troonde hen naar binnen waar ze begroet werden door Willy die verbaast naar hun verwarde haardossen keek.

Koffie werd met een kwade bons door moeders op de tafel gezet.

Maar de drinkebroers keken zo schuldbewust, dat ze een beetje medelijden met ze kreeg en wat zuur zoet glimlachte.

Willy zag wel dat ze s’nachts door gezakt waren en lachte inwendig om hun verlegen koppen en vroeg plagend, hebben jullie lekker geslapen?

Als jullie straks naar boord gaan dan loop ik wel even mee, kan ik eens kijken hoe ver jullie gekomen zijn.

Ze wisten niet hoe snel ze voor hun fatsoen na het eten naar buiten konden vluchten. 

Stamelend bedankten ze moeder Zwart en nodigden haar uit als het zo uit kwam, wel wetende dat ze nooit de uitnodiging aan zou nemen.

Ze rommelden nog wat in de machinekamer tot ze het klepperen van kindervoetjes op het dek hoorden.

Willy was, nieuwsgierig als ze was, met de kleine naar boord gelopen.

Ze had van alles te eten mee genomen wel vermoedend dat Hein toch niets aan boord zou hebben en na zo’n dronkeman’s nacht zouden ze wel trek in wat warms hebben.

In het kombuisje ruimde ze eerst het aanrecht een beetje op tot ze ruimte kreeg om haar spullen neer te zetten.

Uit een van de smoezelige kastjes viste ze een paar pannen op die nog onder de resten van de vorige maaltijd zaten.

De koffie pot was het enigste die een beetje toonbaar was. Ze gooide met een zwaai het gebruikte koffie zakje over boord en zette een vers bakkie.

Dirkje stond in de ingang met zijn beide handjes zich vast klemmend aan de ingang naar buiten te kijken.

Willy zag het jong staan en dacht, wat is er met me aan de hand het voelt helemaal niet vreemd aan en Dirkje staat daar of hij  nooit iets anders gedaan heeft.

Steef stapte over de waterkering en riep, hoera daar hebben we ons kokkie, ik rammel.

Dan moet je eerst wat te eten halen er is niets aan boord, riep Hein, die er achteraan kwam.

Schuur even die pannen daar vroeg Willy dan krijg je zo wat te eten ik heb wat mee genomen.

Hein reikte een schone braadpan aan, waar weldra speklappen in lagen te pruttelen.

Als haringen in een ton zaten ze even later in het kombuisje te smikkelen. 

Ik heb nog nooit zo lekker hier aan boord  gegeten zei Hein.

Nog al wiedes antwoordde Willy, je hebt hier ook nog nooit gekookt.

Maar zón maaltijd is snel klaar, maar je hebt gelijk het smaakt hier inderdaad veel lekkerder dan thuis.

Willy liet haar gedachten weg dromen naar vroeger, toen ze nog op de Gruno zaten, hutje bij mutje.

Alleen nu zonder Dirk en zonder de ouwe.

Ze schudde haar korte haar resoluut door elkaar en dacht, geen muizenissen.

Ik zal volgende week dit ding eens mooi voor je draaien, zei Streef, hij draaide de versleten startklep door de rondte in het zonlicht.

Dat is nou eens een mooi klusje voor een scholier, lachte hij.

Daar kan de leraar niets tegen hebben en hij stopte het onderdeel in zijn tas. 

Hij pakte een afwas middel en wilde de vaat gaan wassen.

Wordt vervolgd,elke dag een nieuwe aflevering.

Met dank aan onze Sponsors

 

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com