5e hoofdstuk uit 2e deel boek over belevenissen op de kustvaart 1960

Al 9 jaar de beste

3000 fans.FB lowy Cremers udonthani.

Ze kunnen niet meer om ons heen.

 

5e Hoofdstuk  deel 2 Kustvaart belevenissen  in Nederland 1960   geschreven door een fan van ons.

om de armen, kwam zijn stuurcabine uit en vroeg met een kwaaie kop, dacht je daar te overnachten  schipper?

Nee dat dacht ik niet, alhoewel de verleiding groot is, zo dicht bij de wallen antwoordde Hein.

Maar zou je me ook  kunnen vertellen hoe we in het Westerdok  komen het moest naast een pont zijn, ik denk dat we niet bij de goede pont zijn.

O dan ben je veel te ver gevaren man, klonk het op zijn plat Amsterdams  terug. 

Hij wees met zijn arm richting Zaandam, waar ze net een pont over zagen steken.Toen ze hem over de waterkering zetten, draaide hij zich gelijk om en ging weer met zijn handjes steunend tegen deurposten naar buiten staan kijken.

Daar hebben we geen kind meer aan zei Willy, die glimlachend naar de kleine stond te kijken. 

Daar groeit een goede zeeman uit dat zie je zo, hij is nu al gewend.

Van mij mag hij zo vaak komen als hij wil, onderbrak hij Willy, en dan vang ik twee vliegen in één klap.

Ze keek hem niet begrijpend aan.

Nou als hij hier is dan ben jij ook in de buurt zei hij en kleurde tot achter zijn oren.

Hij voelde nog haar smalle middel in zijn arm en rook nog de geur van haar parfum. 

Hun plotselinge aanraking had hem een beetje van zijn stuk gebracht.

Toen ze nog samen op de Max voeren was hij al jaloers op Dirk en had hij er vaak aan gedacht als het eens uit zou raken tussen die twee, zou hij geen minuut voorbij laten gaan om haar in te palmen.

Nu was ze weer vrij maar door het rottige ongeval toen in de Oostzee had hij de moed niet om zijn gedachten in die richting te laten gaan, uit respect voor Dirk.

Toen hij haar voor de eerste keer zag, toen ze in Delfzijl op school zaten en aan het schaatsen waren, was hij al gek op haar.

Nu had hij ook wel eens een vriendin, maar of dat nog lang zou duren wist hij niet nu ze weer zo onverwacht was opgedoken. 

Niets wees er op dat ze elkaar jaren lang niet gezien hadden.

Ze deed zo gewoon, zo als ze toen ook altijd al kon doen, ongecompliceerd, je voelde je bij haar direct op je gemak.

Hij zag haar zo weer voor zich, als ze aan het kokkerellen was op de Max.

Met een flesje bier hangend op de bank, had hij vaak ongegeneerd naar haar figuurtje kunnen kijken.

Dirkje begon ineens te dribbelen hij keek belangstellend om de hoek van de deur.

Er moest wel een bekende aan komen, hij begon ineens te kraaien van plezier. 

Het bezoek liet dan ook niet lang op zich wachten, opa Zwart stapte aan dek en vroeg, zo bengel zag je opa al aan komen en aaide hem over zijn bolletje.

Is er al een bakkie voor we gaan varen, vroeg hij.

Nou even de motor smeren en we kunnen starten,  antwoordde Hein. 

Nico stapte met moeite over de waterkering met zijn korte beentjes,

Dit bootje kan wel een golfje verdragen grapte hij en nam plaats aan het tafeltje.

Zou dit niet het tafeltje zijn waar ze Wim aan zijn wang hebben gerepareerd  en hij klopte met zijn hand op het blad.

Ze voelden dat het gesprek te veel de verkeerde richting uit ging en dan onvermijdelijk het ongeval van Dirk ter sprake  moest komen.

Dus begonnen ze maar over het aanstaande vertrek te praten.

Van Hein konden ze morgen vertrekken, aan het einde van de week moest hij weer naar zijn schip om ook nog wat te verdienen, zei hij lachend.

Dan konden ze als hij op zee voer, zijn kotter zandstralen, als hij dan terug kwam was alles klaar en konden ze weer terug naar dit steiger varen om te schilderen.

Willy moest inwendig lachen om zijn enthousiasme.

Een grote puinhoop, maar hij maakte zich nergens zorgen over.

Als we Steef nou eens vragen, dan tuffen we toch zo naar Amsterdam opperde Nico.

Als ik dan maar mee mag vroeg Willy ze wilde in geen geval het ritje naar de stad missen.

Het zou wat worden, ze moesten  een paar bruggen passeren en ergens in een achteraf grachtje afmeren.

Ze zag het al voor zich, het zou wel een illegaal handeltje van Hein zijn.

Volgens haar had hij een paar dubieuze vrienden die niet zo nou keken en zich van het gezag zich niet veel aan trokken.

Ze schrokken op van de fluit op de ketel die overigens niet lang floot, maar plotseling op de grond rolde.

Onder het genot van een verse pot koffie, bepaalden ze de tijd, dat ze zouden vertrekken.

Willy zou Steef bellen als hij morgen middag kon komen dan hadden ze de schuit vaarklaar en waren ze s’avonds weer thuis.

Willy verheugde zich al op het ritje  ze zag het al voor zich, zij een beetje kokkerellen als ze dan naar buiten keek zag ze de oevers voorbij glijden.

Hoe vaak had ze zo op de Gruno gestaan, leunend over het halve deurtje, met in de verte het lichtschip Elbe 1 dobberend op de golven.

Als ze er dieper over na dacht begon ze direct nog te janken. 

Al dat mooie was in één klap voorbij, ze schudde haar korte haren naar achteren. 

Hein die naar haar had zitten kijken had gemerkt dat ze er niet helemaal bij was en zag haar vochtige ogen.

Hij vroeg zich af wat er in haar blonde koppie omging, hij vermoedde dat het met Dirk te maken had.

Om haar af te leiden tilde hij Dirkje op de tafel en zei, ik zal jou morgen wel eens leren sturen, maatje.

Toen ze de andere dag op de steiger aan kwamen, had hij de motor al aan het draaien. Nico droeg een tas met etenswaren  en Willy had een paar broden onder haar arm met de kleine Dirk aan haar vrije hand.

Donders lekker ding, mompelde Hein toen hij hen aan zag komen.

Ze droeg een spijker broek een truitje met een bloes er onder. 

Het was hoog zomer en als ze niets bijzonders tegen kwamen zou het een mooi ritje worden, hij verheugde zich er nu al op.

Hij vroeg zich af of hij het ritje zonder Willy ook zo leuk zou vinden.

Ze bonden Dirkje een stuk vlaggen lijn om zijn middeltje zo dat hij vrij over dek kon lopen zonder overboord te vallen. 

Maar even later liep hij los over dek, bij nader inzien kon hij nergens heen. De spuigaten waren te klein om door te kruipen en over de boeiing kon hij niet klimmen dus kon hij niet over boord kiepperen.

Weldra zagen ze hem op zijn buik op het dek liggen om naar de eenden te kijken die rond om het schip zwommen.

Een luid getoeter kondigde Hein aan die achter op zijn motor zat met aan het stuur een vriend van school die zijn karretje weer terug naar Amsterdam zou rijden.

Met een zwier sprong hij aan boord en riep, gooi los die handel en full speet, ik moet nog borrelen als we terug zijn.

Hein klom in het stuurhuis, leunde uit het voorraam en zei, gooi maar lekko, die trossen.

Hij startte de motor in zijn achteruit, maar er gebeurde niets.

Onder het achterschip kwamen grote modderwolken  te voorschijn maar ze verschoven geen millimeter.

Wacht maar even meisje, dreigde Hein, je zal wel moeten, en draaide de regulateur op vol vermogen.

Nog meer modder en stukken verrot hout kwamen onder het schip vandaan.

Wat ze al lang niet meer in Zaandam gezien hadden zagen ze nu aan komen, een heel oud Russisch kolen stokertje, geladen met een enorme deklast hout.

Die zo te zien, vlak bij hun steigertje op de boeien moest afmeren.

Ze maakten met gebaren, Hein op de indringer attent, die uit het stuurhuis kwam om te kijken wat ze bedoelden.

Hij lachte eens en maakte met zijn handen een gebaar, van we zitten toch aan de grond, wat kan er gebeuren.

Maar door het geweld van de schroef was de grond onder het schip weg gespoeld en kwam de kotter in beweging. 

Voor Hein er erg in had, had zijn schoonheid al een behoorlijke vaart achteruit, recht op de vermoeide binnen komende oldtimer af.

Toen Hein het gevaar zag rende hij naar binnen, maar door de haast en de rommel in het stuurhuis kwam hij te struikelen.

Languit schoof hij door het stuurhuis knalde met zijn kop tegen de stuurkolom.

Als of er niets gebeurd was sprong hij overeind, stopte de motor en gooide hem onverantwoordelijk in zijn vooruit, draaide de regulateur op vol vermogen en keek door het achterraam naar de Rus.

Verstart zag hij Nico met een kurkenzak in zijn handen staan, klaar om de eerste klap op te vangen.

Maar de goden waren weer eens met Hein eens en op een paar centimeter afstand van de drijvende houtstapel kwamen ze tot stilstand.

Haperend kwam een witte rookpluim  uit de stoomfluit van de houtboot gevolgd door een langgerekt fluitsignaal.  Witte petten verschenen op de brugvleugel.

Maar voor het tot een aanvaring kwam, schoot de kotter vooruit en bulderend schroefwater vergrootte de afstand weer tussen de schreeuwende en met hun handen gebarende witpetten.

Hein zag nog kans, ondanks dat er een buil op zijn kop zwelde, een groet te zwaaien naar de nog kwaad kijkende kaviaar vreters en hun loods.

Steef dook de machinekamer in en Willy klom op de brug waar ze vrolijk werd begroet door een lachende Hein.

Zag je die stoere binken bleek worden, vroeg hij terwijl hij de schuit naar het midden van de Zaan stuurde.

Ik zou me ook rot geschrokken zijn, verdedigde Willy de afgetakelde Rus.

Ze hadden toch hout genoeg om op te drijven, maar één ding moet ik ze toegeven, zijn sirene deed het goed.

Hij scheen in geen geval onder de indruk van het geen had kunnen gebeuren.

Nico kwam met een koffiepot en een paar mokken aan een touwtje geregen naar boven en vroeg, manoeuvreer jij altijd zo?  Man ik sta nog te trillen op mijn benen.

Neem dan maar gauw een bakkie, dan gaat het wel over grapte Hein.

Ze waren naar Willy’s zin veel te snel in Amsterdam, ze vroeg waar moeten we zijn in de stad?

Ik zou het niet weten antwoordde hij, ergens naar binnen waar een pont vaart dan door een brug links weer een brug door dan nog een brug en rechts af maar misschien heb ik wel een brug vergeten.

Willy was verbaast van zo veel nonchalance. 

Hoe moesten ze nou op hun afgesproken plaats komen, deze gemakzucht had hij toch niet op de Max geleerd.

Ze voeren langzaam voor het centraal station langs maar konden geen brug ontdekken waar ze door konden.

We vragen het wel aan die pontschipper en hij manoeuvreerde zijn schip in een alleen voor de pont bestemde fuik.

De in de ernaast liggende fuik gemeerde pont, stond op het punt om te vertrekken. 

De kapitein met protserige gouden biezen o

Zich niets van het getoeter van andere schepen aan trekkend, voer Hein achteruit tot in het midden van het vaarwater en zette koers naar de aangegeven plaats.

Dat we dat nou niet gezien hebben vroeg Hein, hier moeten we naar binnen en draaide de Houthaven in.

Toen ze door de brug voeren, vroeg hij aan de brugwachter voor de zekerheid naar hun bestemming.

Alles liep gesmeerd en voor ze het wisten lagen ze gemeerd op het plaatsje waar ze moesten wezen.

Tijd voor een biertje brulde Hein in de machinekamer, waar Steef de meeste tijd had vertoeft.

Goede genade wat heb jij vaak voor en achteruit gestart zeg, ik kon wel lucht blijven pompen.

Niets aan de hand kerel, sprak hij met een geaffecteerde stem, lucht genoeg om je heen.

Willy had zich intussen in het kombuisje verdienstelijk gemaakt en weldra zaten ze te eten.

Ze bespraken de werkzaamheden die in de komende dagen zouden plaats vinden en spoelden het eten weg uit de voorraad bier die opgestapeld stond in de messroom.

Wordt vervolgd,elke dag een nieuw hoofdstuk.

Met dank aan onze sponsors.

 

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com