Hoofdstuk Nr 4 uit het 3e boek over kustvaart 1960 door een onzer fans

        Fantasie ligt soms dicht bij de realiteit.
Vaarwel Baltic, is het  boek in de serie over een
niet bestaande generatie, Feenstra.
Ook dit boek is een fantasie verhaal, doorspekt met waar
gebeurde episodes.
De schrijver heeft geschreven zonder van te voren te
bedenken welke wending hij het verhaal op de volgende
bladzijde zou geven.
Gelukkig diegene die fantasieën om kunnen toveren in
werkelijkheden.

Hoofdstuk Nr 4 van 3e boek over kustvaart 1960

Door een van onze fans.

Dirk had met de stuurman de eerste wacht.
Hij wist wel wat er zou gebeuren als ze eenmaal op koers
lagen, de stuur zou in de kaartenkamer verdwijnen tot de
motor gesmeerd moest worden.
Pas dan zou hij het nog een half uurtje overnemen en was
hun wacht voorbij.
Maar hij zou hem wel krijgen, een uur voor dat ze naar
beneden konden, zou hij hem wekken en hem zeggen dat
het tijd was om te smeren.
Voor hij zich zou realiseren dat het nog een uur zou
duren voor ze afgelost zouden worden, lag hij al op een
baal poetskatoen naar de draaiende kar te kijken.
Net zo als hij verwachtte kwam de stuurman met een
slaperige kop uit de kaartenkamer, keek eens op het
kompas en zei, ja ga maar, ik was net klaar, de
komediant.
Dirk liep naar het kombuis, pakte een appel en daalde in
de machinekamer af.
Hij ging op zijn gemak op een baal poetslappen zitten en
keek naar de stoer draaiende kar.
Hier en daar lekte er wel wat, maar op dat ouwe lijk
kunnen we vertrouwen, zei Gijs altijd.
Zijn gedachten dwaalden af naar Paula, hoe ze de laatste
avond door hadden gebracht.
Hij kreeg in eens zin om haar even in zijn armen te
houden, al was het desnoods hier op de zachtjes
bewegende vloerplaten.
Morgen zouden ze in Yarmouth komen en dan gingen ze
zeker richting Oostzee.
Nog een paar reizen dan was het gedaan met zijn vrije
leventje.

47

Ergens had hij er wel zin in, hij had het er met Harry over
gehad en samen hadden ze besloten om Hare majesteit
maar te gaan dienen.
In ieder geval kregen ze zo vaker de kans om naar huis
te gaan.
Alleen het loon dat ze kregen, zou dat wel toerijkend
zijn, hier aan boord was alles een stuk goedkoper.
Dirk keek eens op zijn horloge en zag dat het al een paar
minuten over zijn tijd was, als hij niet zo had zitten
dromen had hij allang in zijn kooi gelegen.
Voor hij naar zijn hut ging liep hij nog even naar het
stuurhuis.
Harry begroete hem lachend en zei, de stuur was aardig
pissig dat je eerder naar je nest was gegaan.
Hij zal wel raar opgekeken hebben toen je niet beneden
was.
Maar hij heeft niet gemeld dat je er niet was, voor het
zelfde geld was je overboord gelazerd.
De ouwe stond tegen het kompas geleund en vroeg, heb
je de stuurman niet meer gezien nadat je uit het stuurhuis
bent gegaan?
Ik heb de motor gesmeerd even een rondje om de kar
gelopen en ben toen hier naar toe gekomen.
Wat een lul mompelde de ouwe, daar zal ik hem morgen
eens over aan spreken, je had inderdaad over de muur
kunnen liggen.
En het ergste is dat we dat pas over een uur of vier
hadden gemerkt, nou dan had je het wel kunnen
schudden.
Ach, bracht Dirk naar voren om de stuurman een beetje
te beschermen, ik loop niet in zeven sloten te gelijk hoor.

48

Daar heb ik geen donder mee te maken brulde de ouwe.
Ik ben verantwoordelijk voor jullie.
Soms had de ouwe uitvallen dat ze hem niet konden
volgen, maar ze merkten wel uit zijn woorden dat hij
bezorgd was voor zijn bemanning.
Great Yarmouth city was een eind van hun losplaats
vandaan.
Harry en Dirk hadden afgesproken dat ze nog een keer
goed uit de band zouden springen voor ze onder de
wapenen moesten.
Maar dat zou niet in Yarmouth plaats vinden .
Hier waren ze gewend om vierentwintig uur per dag te
werken.
Niet dat het snel ging, maar ze werden aan één stuk bezig
gehouden.
Middernacht zaten ze aan de messtafel snel een stukje te
eten, toen de ouwe binnen stapte en vertelde dat hij er
ook een poosje bij kwam.
Het ruim moest voor de volgende reis goed schoon
gemaakt worden.
In ballast naar Par, Chinaklei laden voor Solvesborg in
Zweden.
Toen ze Chinaklei, hoorden sloeg de schrik om hun hart,
alles was goed maar niet die rommel.
Alles zou onder de troep komen te zitten, tot in de
broodtrommel beweerde de kok.
En als ze moesten lossen kregen ze nog een keer die
verrassing te zien.

49

De stomme Leymie`s hadden nog spatsies over de
properheid van hun ruim.
Ze zouden eens moeten kijken als de lading er uit was,
dan hadden ze nog meer werk om hem schoon te krijgen.
Maar Solvesborg, daar hadden ze niets op tegen.
Dirk en Harry waren de afgelopen winter nog niet
vergeten, als ze de kans kregen zochten ze die meiden
weer op.
Zo lang was het nou ook niet geleden dat ze daar
ingevroren lagen.
Weet jij nog hoe die blonde slettebak van jou hete, vroeg
Harry.
Zeker lachte Dirk, verleden week kwam het nog
tersprake toen ik aan het wandelen was met Paula.
Ga jij een beetje over je avonturen praten met je
aankomende vriendin, vroeg Harry ongelovig, nou dat
zou ik maar goed doen, dat hebben de meiden graag en
schudde met zijn hoofd.
Dirk keek schuin omhoog en dacht na, ik geloof dat die
van mij Anne hete, en die van jou daar komen we nog
wel op.
Voor de zekerheid schrijf ik het maar op, dan maken we
tenminste een goede indruk, antwoordde Harry.
Gewapend met bezems, de kapitein voorop, liepen ze
weer naar het ruim.
Middernacht in de ruimen vegen, mopperde Harry, ik kan
me wat leukers voorstellen.
Ze waren net leeg toen ze de eerste regenbui over zich
heen kregen.
Het had eigenlijk om deze tijd al dag moeten zijn.
Het zou wel eens een rumoerige overtocht kunnen
worden, voorspelde de ouwe.

50

Nu op hogerwal en later, op zee de wind het grootste
gedeelte dwars in, dat kon wat lekkers worden.
Toen de luiken gesloten waren en ze haast klaar waren
met de kleden, kwam de stuurman vragen of hij soms kon
helpen.
Harry en Dirk waren al aan de techniek van hem gewend,
zo dat ze er maar niet op reageerden.
Het was maar goed dat er iemand op de kade stond die
hun trossen los gooiden anders hadden ze een tros
moeten laten slippen, zo snel waaiden ze van de kade
naar het midden.
De kapitein stond zelf aan het roer en had moeite om de
“Sprinter” in het midden van het vaarwater te houden.
De kop was nog niet buiten de pieren of Dirk kreeg al
een klets buiswater over zich heen.
Snel werkte hij samen met zijn maat de trossen onder
dek, knevelde de bak en wachtte op een gunstig moment
om naar achteren te rennen.
De eerste uren botsten ze tegen de golven in om op een
veilige afstand van de kust te komen.
Zich schoor houdend zaten ze aan de messtafel hun
bruine bonen met spekvet te eten.
Een goede maaltijd voor slecht weer, wist de kok te
vertellen, daar was nog nooit iemand zeeziek van
geworden.
De bonen liggen lekker stevig onder in je buik zei hij,
een beetje pap er overheen dan kan er niets gebeuren.
Dirk verdacht hem er van dat hij de bonen extra dik
maakte, maar hij gaf er niets om als hij maar niet in de
machinekamer hoefde.

51

Aan dek was nu niets meer te doen, het was veel te
gevaarlijk, grote brekers sloegen tegen de steven kapot en
het buiswater vloog tot tegen de ramen van het stuurhuis.
Hij waste zich zo goed mogelijk als hij kon met dat
stampen, hij moest steeds één hand aan de wasbak
houden anders ging hij onderuit.
Toen hij in bed lag probeerde hij te slapen, maar de
schroef kwam steeds half uit het water om even later
weer met luid gebrom diep onder de golven de “Sprinter”
voort te stuwen.
Als het nog lang duurde moest hij al op wacht, zonder dat
hij een oog dicht had gedaan.
Hij merkte, nadat hij zich met een extra kussen en zijn
weekeindtas met moeite schoor had gezet, dat ze een
andere koers voor gingen liggen.
De schroef bleef nu onder water en maakt niet meer van
die angstaanjagende geluiden.
Wat met stampen begon, ontaarde al snel toen ze goed en
wel op koers lagen, in een onaangename dwarsscheepse
slingering, die Dirk van haast staande in zijn bed het
volgende moment met zijn kop naar de bovenkant van
het schot schoof.
Hij lag aan Paula te denken, als hij het zou vertellen hoe
erg het was.
Hij maakte zijn bed een stuk korter, door zijn kussen en
zijn tas aan het voeteneinde te zetten.
Het was vermoeidheid in combinatie met zijn leeftijd die
hem uiteindelijk in slaap deed vallen.
Roetdonker was het toen hij, nadat Harry hem knorrig
had gepord, op de brug verscheen.

52

Harry was woest, op het weer en op alles waar hij maar
kwaad om kon worden.
Hij wilde alleen maar zo vlug mogelijk naar zijn nest.
Heel zijn lichaam schreeuwde om slaap, beweerde hij.
Hij had maar vier uur om uit te rusten, heel zijn wacht
had hij als een acrobaat aan het haspel gehangen,
verwoede pogingen gedaan om de schuit op koers te
houden.
Om het uur was hij afgelost door de ouwe, en die ouwe
rot, stond op zijn gemak een beetje stuurboord, een beetje
bakboord te draaien.
Toen Harry op het kompas keek zag hij dat de “Sprinter”
niet noemenswaardig uit de koers raakte.
Als het zijn beurt was ging de ouwe op zijn gemak in een
hoekje zitten en liet hem maar aan modderen.
Harry had hem gevraagd, hoe hij de schuit nou eens stil
kon krijgen.
De ouwe had schamper gelachen en geantwoord, op het
juiste moment draaien mijn jongen, op het juiste moment,
zo heb ik het ook geleerd.
Ja maar dat probeer ik toch, had hij terug gezegd.
Hij had niet gescholden of zo, maar hem gewoon maar
een beetje aan laten modderen.
Toen Dirk in het stuurhuis kwam pakte hij het roer van
de ouwe over.
Hij keek door de ramen, maar kon niet anders ontdekken
dan het toplicht dat als een vallende ster langs de hemel
zwaaide.
Goeje genade, wat slingerde de schuit, zoals hij nu tekeer
ging had hij het nog nooit mee gemaakt.

53

Het leek of de “Sprinter” soms plat op zijn zij ging
liggen, maar gek genoeg kwam er hoegenaamd geen
water in het gangboord.
Wel vloog het stuifwater over het hele schip, op de een of
andere manier was het wel een mooi gezicht, als je maar
niet zo veel aan dat rot wiel hoefde te draaien.
Ze hadden nog een ouderwetse stuurautomaat met een
ontvangertje boven het kompas, maar dat ding werkte
voor geen meter als het een beetje slecht weer werd.
De stuurman had voor de verandering nu eens niets te
schrijven in de kaarten kamer, en stond zich schoor
houdend, tussen het schot en de radar.
Het deed hem op een gegeven moment zeker zeer, want
hij pakte een kussen van de bank en stopte dat tussen zijn
zij en de scherpe rand van het toestel.
Hij had wel door, dat je na een uurtje doodop moest zijn
en hij ook eens moest sturen, want hij gooide het kussen
terug en vroeg vriendelijk, zal ik het eens proberen zeun?
Toen hij het rad los liet, merkte Dirk pas hoe lam zijn
armen waren.
Hij maakte rek en trek bewegingen met zijn tengels en
stapte aan de lijzijde het stuurhuis uit.
Toen hij zich goed vast houdend, over de brugrand keek,
leek het net of de enorme golven onder het schip door
liepen.
Opeens besefte hij hoe nietig ze waren op hun hulkje in
deze woest opgezweepte zee.
In een visioen zag hij Paula met wapperende haren op
een duintop staan, met haar hand boven haar ogen
uitkijkend over de golven.

54

Hij moest nou niet dramatisch worden, schoot het door
zijn kop, de “Sprinter” was een goed schip met een goede
kapitein.
Toch bleef hij gefascineerd naar het natuurgeweld kijken,
verwachtend dat hij elk moment de grond kon zien.
Maar het was hier diep genoeg had de stuurman hem
verteld, als de kar maar blijft draaien is er niets in de
weg, had hij geruststellend opgemerkt.
Gek genoeg was de machinist in de mess toen Dirk snel
even wat te eten had gepakt.
Koffie dorst hij niet te drinken, want hij merkte dat hij
een beetje misselijkheid voelde opkomen.
Gijs had met zijn pijnlijke voet in een hoekje gezeten en
gebromd, met dit weer blijven jullie met je poten van
mijn kar af.
Dirk merkte ook wel dat het bijzonder slecht weer was,
maar dat iedereen zich daardoor opgefokt voelde, was
toch niet nodig?
Hij kreeg het koud en strompelde zich overal aan vast
grijpend weer naar het beschutte stuurhuis.
Hij keek in de radar en zag ondanks dat het beeld
verstoort werd door het slechte weer, een oplichtende stip
recht vooruit en melde het aan de stuurman.
In het schijnsel van het voor hem staande kompas zag
Dirk een grijns op zijn gezicht komen, hij antwoordde,
dat moet de boei zijn waar na we een beetje voor de wind
uit kunnen draaien, hoe krijgt die ouwe van ons het toch
steeds weer voor elkaar om uit te komen waar hij wil,
daar kunnen wij nog wat van leren snotaap, en liet
onderwijl de spaken door zijn handen tollen.
De dag kwam net een beetje aan de horizon toen ze de
boei voorbij voeren.

55

Schuins over zijn schouder kijkend zag hij dat ze er ver
genoeg voorbij waren om vrij te draaien.
Nu kregen ze het iets gemakkelijker, het zeetje kwam nu
bakboord half van achteren in.
Ze maakten wel enorme halen, maar je kon nu iets
gemakkelijker lopen.
Toen hij om ook wat te doen, eens op de kaart keek en
vervolgens op de GPS, zag hij dat ze soms, nu ze voor de
wind weg liepen, wel dertien mijl liepen.
Als we zo door gaan dan zijn we vroeg in Par merkte hij
op.
Als er een plaats voor ons is mopperde de stuurman. Par
is een druk plaatsje.
En allemaal komen ze om die troep te laden.
Of er niet iets anders is dan die rotzooi te verschepen,
maar je komt er nog wel achter
Net of ze nog nooit Chinaklei hadden geladen.
De stuurman kreeg gelijk.
Toen ze voor de haven waren mochten ze niet naar
binnen.
Ze moeste wachten tot er een plaatsje vrij was.
Kort onder de kust kwamen ze ten anker.
Hier was het nagenoeg blakstil, iedereen was blij
eindelijk eens een rustig dek onder hun voeten te hebben.
Toen Dirk in het stuurhuis kwam om de ankerlichten aan
te steken, zag hij de kapitein over de kaartentafel
gebogen staan en iets op de opengeslagen kaart schrijven.
Hij dacht aan het geen dat de stuurman vannacht over de
ouwe had gezegd, dat hij altijd op de plaats van
bestemming kwam.

56

Toen hij zo naar de gebogen rug keek was hij trots op
zijn ouwe.
Zo moest zijn vader het vroeger ook gedaan hebben.
Die was ook al heel jong kapitein, hij had alles van zijn
ome Geert geleerd,
had zijn moeder wel eens verteld.
Ome Geert was eigenlijk geen familie van hun, maar het
was nou eenmaal ome Geert, en dat zou altijd wel zo
blijven.
Dirk wist niet dat zijn vader vaak dankbaar was, als hij
turend door de ramen eindelijk het licht zag waar hij naar
had gezocht.
Zich intussen steeds afvragend, of hij wel goed had
gerekend.
Gaandeweg had hij steeds bij geleerd en goed geluisterd
naar de raadgevingen van zijn collega`s.
Met vallen en opstaan had hij zijn vak geleerd maar hij
had natuurlijk een voorsprongetje met zijn binnenvaart
achtergrond.
Na een boerennacht, Dirk en Harry zaten in de mess een
boterham te eten toen de motor gestart werd.
Ze hadden gedacht dat Gijs nog op zijn nest lag maar op
de een of andere manier hadden ze orders gekregen om
naar binnen te stomen en was hij ongemerkt met zijn
manke poot naar beneden gestrompeld.
Als of het gesneeuwd had zo kwam er een collega van
hen naar buiten.
Van het topje van de mast tot aan de vlaggenstok op het
achterdek zat hij onder de Chinaklei.
Toen ze binnen voeren naar de hun aangewezen plaats,
zagen ze dat ze het rotste plekje hadden om te laden.

57

De wind waaide de stof van alle andere schepen naar hun
richting.
Ze begonnen direct te laden, maar na een uurtje kregen ze
de order om dicht te leggen, er was iets mis met het
product, morgen de rest, meer werd er niet verteld.
Dirk en Harry togen na het avondeten met een paar pond
in hun zak in hun beste kloffie de wal op.
In het eerste de beste kroegje, waar de kroegbaas gebood
hun schoenen uit te trekken, gingen ze aan de bar zitten.
Hij wilde die troep onder hun schoenen niet binnen
hebben.
Op de hoek van de toog zat hun kapitein, ze hadden hem
eerst nog geeneens opgemerkt.
Hij zwaaide onduidelijk met zijn hand naar hen en riep
tegen de bartender, zet maar op mijn rekening.
Harry bedankte de ouwe beleeft en nam een slok.
Nog een rondje beval de ouwe, en vlug een beetje, hij
sloeg daarbij met zijn vuist op het blad.
Ze zagen dat hij niet helemaal nuchter meer was, ze
herinnerden zich nu ook dat ze hem de gehele dag nog
niet gezien hadden.
Zo kenden ze de ouwe niet, hij was altijd beheerst, maar
nu had hij zijn pet schuin op zijn hoofd en nipte of beter
gezegd slurpte hij aan een glas whisky.
Ze keken het even aan en zagen dat als hij in dit tempo
door zou gaan, hij gewoon van zijn kruk af zou lazeren.
Hij zwaaide naar hun richting en brulde, Harry kom eens
hier.
Harry pakte zijn glas en liep naar de ouwe toe.
De kapt. sloeg een arm om zijn schouder en vroeg, zie je
dat licht van die gasboei nou nog niet?

58

Hij wees daarbij met zijn vinger naar een hoek van de
kroeg.
Harry begreep dat de ouwe ladderzat was en vermoede
dat hij vannacht misschien toch niet zeker van zijn koers
was geweest en omdat nu hij dronken was, het nog een
keer mee maakte.
Hij begreep ook wel dat als hij de ouwe nu tegensprak,
hij gelijk een knal voor zijn kop zou krijgen.
Geen wonder dat we hem niet zien kapitein, antwoordde
hij gevat.
We zijn hem al voorbij, kijk daar licht die verrekte
knipper, en hij wees met zijn vinger naar een lamp aan
het plafond achter de ouwe zijn rug.
Gelijk brulde hij naar Dirk, Dirk stuur maar tien graden
stuurboord.
De ouwe wilde zich omdraaien maar donderde gelijk van
zijn kruk af.
Dirk snelde gelijk te hulp en samen hesen ze de ouwe
weer op zijn kruk.
Nog een rondje, kok, brulde de ouwe weer.
Maar Harry vond het welletjes hij geneerde zich om zijn
kapitein zo te zien afgaan en beduidde de kastelein dat
het genoeg was.
Hij was bang dat ze niet genoeg geld bij zich hadden en
voelde bij de ouwe in zijn kontzak, pakte zijn knip en
betaalde de kroegbaas.
Samen met Dirk grepen ze de ouwe onder zijn armen en
verlieten de kroeg.
Het was nog even zoeken naar zijn schoenen, maar de
ouwe wist ze ondanks zijn toestand haarscherp aan te
wijzen.

59

Toen ze buiten waren zei hij op zijn plat Gronings,
jongens zonder jullie waren we hier nooit gekomen.
Kom op we gaan de stad in en ik geef nog een rondje
pruim weg, dat hebben we wel verdiend.
Er werd wel eens een schuine mop aan boord verteld,
maar zulke platvloerse taal hadden ze de ouwe nog nooit
horen gebruiken.
Ze schoten dan ook in de lach en speelden het spel weer
mee en vertelden hem dat ze wel een leuk zaakje wisten,
waar snollen zaten.
Met de ouwe tussen hen in, die niets anders deed dan
onduidelijke liedjes zingen, kwamen ze bij de “Sprinter”.
Het was nog een hele toer om de ouwe naar zijn hut te
krijgen.
Maar toen hij zijn slaaphut binnen wankelde, maaide hij
ineens Dirk en Harry opzij en dook aangekleed zijn kooi
in.
Ze deden geen moeite om zijn broek uit te trekken maar
keken eens rond door zijn heiligdom, waar nog nooit
iemand van hen was geweest.
Aan de wand boven zijn bed hing een grote foto van een
beeldschoon meisje, er naast hing een foto met zo te zien
het zelfde meisje, maar nu met twee evenbeeldjes van
haar op schoot.
Dat moest bepaald zijn vrouw wezen, ze wisten niet eens
of hij kinderen had.
Maar het was een hele mooie meid, daar waren Dirk en
Harry het over eens.
De ouwe begon te snurken, dus zou hij wel niet hoeven te
kotsen, ze verlieten de hut en gingen terug naar het zelfde
kroegje.

60

Nu waren er meerdere klanten waaronder een paar
vrouwen, die zo te zien het oudste beroep van de wereld
uitoefenden.
Harry fluisterde onopvallend tegen Dirk, ik zou die
kleine daar wel eens willen tetteren.
Voor hij daar aan toe was zwaaide de deur open en stapte
de stuurman binnen hij zag hen en kwam naast ze zitten.
Hij bestelde een biertje en vroeg, hebben jullie al een
vrouwtje uitgezocht voor de nacht.
We zijn nog bezig stuur, antwoordde Harry brutaal,
misschien krijgen we reductie als we er ééntje voor ons
drieën nemen.
Brutaal ben je genoeg daar mankeert het niet aan, bromde
hij terug.
Als je hier in de koffer duikt dan heb je over een paar
dagen gegarandeerd bloemkolen aan je jonge heer
groeien, waarschuwde hij grinnikend.
Opeens waren de amoureuze plannen uit hun hoofd
verdwenen en hadden ze zelfs geen zin meer om nog
langer te blijven.
De meiden die een praatje wilden beginnen, keken
verbaast toen ze zeiden dat ze slaap hadden en naar boord
gingen.
Ze stelden nog voor om mee naar boord te gaan, het
koste niets extra beloofden ze.
Maar Dirk zag het al helemaal niet meer zitten na het
beeld wat de stuurman hun voorgeschoteld had.
Vroeger dan ze zelf gedacht hadden en zonder
vrouwenvlees gevoeld te hebben zaten ze even later weer
in de messroom.

Wordt vervolgd,elke dag een nieuw hoofdstuk geschreven door een fan van ons

Met dank aan onze sponsors.

 

 

 

       poolbiljart Meetingpoint Sampan Udonthani

Vooral uw PC problemen 2e Floor Central Plaza

Resort and swimmingpool and Fishing pool

Bed and Breakfast Honnybee 400 thb  for 1 night .

Leeya resort swimming and fishing.

 

Gold filler  jksuradee chonburie

Kamer huur per dag,per maand per uur .Honnybee Soi Donudom Udonthani

Bemiddeling  bij koop of verkoop goederen via  gratis advertentie op deze weblog.

Indien u ook een sponsor wil worden dan hier infomeren.

lowy.cremers.senior@gmail.com